Het vak lab microbiologie 2 omvat onderstaande OO-doelen:
Kennis
De student(e):
- kan de microbiologische handelingen beschrijven en kent daarbij de kritische punten
- kent de principes van de uitgevoerde microbiologische technieken
- kan de resultaten van de uitgevoerde technieken interpreteren
Vaardigheden
De student(e):
- kan aseptische technieken uitvoeren
- kan aseptisch en nauwkeurig werken
- kan een mengcultuur opzuiveren
- kan een antibioticumgevoeligheidstesten uitvoeren
- kan oppervlaktes analyseren op microbiële contaminatie
- kan het antimicrobieel effect van geselecteerde chemische en fysische methoden op micro-organismen aantonen
- kan aan de hand van een reeks testen onbekende micro-organismen identificeren
- kan een microbiële analyse van een voedingsstaal uitvoeren
- kan de bekomen resultaten interpreteren
- kan de bekomen meetwaarden overzichtelijk rapporteren met de gepaste ICT middelen
- de student kan bijdragen aan een goed verloop van het laboratorium (information) management (system).
- kan op een correcte manier afval verwijderen
- analyseert en begrijpt Engelstalige protocols om ze vervolgens in het labo uit te voeren
- leert het Engels vakjargon m.b.t. relevante biomedische analyses/technieken
Attitude
De student(e):
-
past de veiligheidsvoorschriften (werkt veilig) en past de afvalregels toe (werkt milieubewust)
- hanteert een correcte beroepshouding (handelt eerlijk, ordelijk en gedisciplineerd onder begeleiding)
- werkt autonoom, nauwkeurig, kritisch en betrouwbaar, neemt initiatief
- draagt zorg voor het labomateriaal
- bereidt labowerk zorgvuldig voor
- maakt een goede werkplanning, respecteert de timing en gebruikt zijn/haar tijd efficiënt
- neemt initiatief bij het uitvoeren van de lab-werkzaamheden
- herkent mogelijke problemen (bvb op basis van onrealistische data) en signaleert deze
- staat open voor en kan omgaan met (onverwachte) verandering(en)
- kan op een succesvolle manier met respect voor andere culturen en anderstaligen in team samenwerken
Deze doelen dragen bij tot de gedragsindicatoren (GI's):
GI 1.2: Kennis/inzicht in farmaceutische en/of biomedische wetenschappen:
niv 1: heeft kennis/inzicht in farmaceutische & biomedische wetenschappen en internationale wetenschappelijke en AI- ontwikkelingen
niv 2: integreert kennis/inzicht in farmaceutische en/of biomedische wetenschappen en internationale wetenschappelijke en AI - ontwikkelingen onder begeleiding
GI 2.1: Labowerkzaamheden plannen:
niv 2: Analyseert zelfstandig de opdracht en maakt een logisch(e) werkwijze/-schema onder begeleiding
GI 2.2: Labowerkzaamheden uitvoeren volgens planning en afgesproken tijdsbestek
niv 1+2: Voert de werkwijzen uit onder begeleiding en binnen de voorziene tijd (binnen beperkte tijdsdruk).
GI 3.1: Werkzaamheden autonoom/individueel nauwkeurig uitvoeren
niv 3: Voert de biomedische werkzaamheden autonoom/individueel nauwkeurig uit op een onderbouwde manier
GI 3.2: Neemt initiatief
niv 1: Neemt initiatief bij het uitvoeren van de eigen laboratoriumwerkzaamheden
GI 3.3: Werkzaamheden kritisch en betrouwbaar uitvoeren
niv 1: Begrijpt het belang van de verschillende stappen van de werkwijze met inzicht in zijn handelen
GI 3.4: Problemen signaleren en oplossen
niv 2: Is zich bewust van de mogelijke problemen en kan onder begeleiding bijsturen
GI 4.1: Gepaste methoden en technologieën kiezen
niv 1: Heeft kennis en inzicht in de principes van eenvoudige vooropgestelde methoden en technologieën
niv 2: Kiest onderbouwd en onder begeleiding de gepaste methoden en technologieën te kiezen, rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen, in een welomschreven context
GI 4.2: Gepaste methoden en technologieën hanteren (technische skills)
niv 1+2: Beschikt over de technische vaardigheden om de gepaste methoden en technologieën te hanteren onder begeleiding in een welomschreven context
GI 5.1: Volgens SOP's werken
niv 1: kent de SOP's waarmee gewerkt wordt
niv 2: voert de handelingen van SOP's correct uit
GI 5.2: Controles, kalibraties en validaties uitvoeren
niv 1: Heeft kennis van controles, kalibraties en validaties
niv 2: Voert volgens instructies en onder begeleiding controles en/of kalibraties uit
GI 6.1: Veilig en hygiënisch werken
niv 2: Handelt onder begeleiding volgens de veiligheidsvoorschriften
GI 6.2: Duurzaam en milieubewust werken
niv 2: Werkt duurzaam en verwijdert onder begeleiding afval volgens de reglementering
GI 7.1: Deontologische en bio-ethische principes toepassen
niv 1+2: Kent de internationale deontologische principes eigen aan het domein ook met betrekking tot gegevensopslag en GDPR en begrijpt het aansprakelijkheidsrecht. Heeft inzicht in (bio)-ethische principes gelieerd aan het vakgebied. En heeft een grondig begrip van de kernprincipes van duurzame ontwikkeling die relevant zijn voor zijn professionele praktijk
GI 7.2: Correcte beroepshouding hanteren
niv 3: hanteert een correcte beroepshouding (soft skills: integer, discipline, orde, gedrevenheid) op zelfstandige wijze
GI 9.1: Teamgericht samenwerken
niv 1: Neemt verantwoordelijkheid op voor de eigen uit te voeren taken, houdt zich aan opgelegde afspraken
GI 9.2: Professioneel en doelgroepgericht communiceren
niv 1 +2: Communiceert respectvol, assertief, constructief met vakgenoten
GI 9.3: Open minded
niv 1 +2: luistert naar mening, visie van de ander, bouwt in interculturele /internationale situaties een werkrelatie op met vakgenoten onder begeleiding
GI 10.1: Schriftelijk rapporteren gebruik makend van de gepaste biomedische vakterminologie en digitale tools
niv 3: Rapporteert in Nederlands en Engels schriftelijk en traceerbaar over meerdere experimenten op een samenhangende manier gebruik makend van de gepaste digitale tools
GI 10.2: Mondeling rapporteren en presenteren gebruik makend van de gepaste biomedische vakterminologie en digitale tools
niv 1: Rapporteert mondeling in Nederlands, Engels en Frans face-to-face op een duidelijke en transparante manier
GI 10.3. Digitaal rapporteren gebruik makend van labinformatiesystemen
niv 1: kent en begrijpt het belang en de opbouw van digitale labinformatiesystemen
niv 2: gebruikt digitale labinformatiesystemen onder begeleiding en in een welomschreven context
GI 12.1: Data managen
niv 1: Heeft basiskennis van datamanagement, geeft de verkregen data correct weer en gebruikt hierbij de gepaste ICT-hulpmiddelen
GI 12.3: Resultaten kritisch interpreteren
niv 2: Herkent zelfstandig afwijkende resultaten en kan afwijkende resultaten aantonen met behulp van o.a. referentiewaarden en controles
GI 13A.1: Diagnostische analyses uitvoeren
niv 1: heeft kennis van en inzicht in de domeinen zoals beschreven in het KB MLT
niv 2: voert eenvoudige diagnostische analyses uit op patiëntenstalen onder begeleiding
GI 13A.2: e - Health toepassen
niv 1+2: kent health information systems, eHealth en het belang van protocollen en standaarden (o.a. HL7 en SNOMED CT) binnen dit domein
niv 3: maakt gebruik van protocollen en standaarden voor het opslaan, analyseren en uitwisselen van (digitale) medische gegevens