D1: De student erkent het belang van coachend leiding geven en het ontwikkelen van een positieve relatie met de coachee (GI: 1.1, GI:2.3, GI: GI:2.4, GI:2.5, GI:3.6, GI:9.4)
D2: De student gebruikt gepaste communicatieve technieken tijdens een coachingsgesprek (GI:3.6, GI:7.4, GI:9.4)
D3: De student hanteert een open houding tijdens een gesprek en leeft zich in in de gesprekpartner (GI: 2.3, GI:2.5, GI: 3.4, GI:3.6)
D4: De student zet in op een kwaliteitsvolle gespreksvoorbereiding (GI:1.1, GI: 1.3, GI:1.4, GI:2.3, GI:2.4, GI:3.1, GI:3.5, GI:3.6, GI:7.4)
D5: De student past de principes van effectieve feedback toe (GI:2.3, GI:2.5, GI:3.3, GI:3.4, GI:3.5, GI:3.6, GI:7.4, GI:9.4)
D6: De student hanteert de juiste tools om op een positieve manier om te gaan met weerstand (GI:2.3, GI:2.4, GI:2.5, GI:3.1, GI:3.3, GI: 3.4, GI:7.4)
Draagt bij tot de gedragsindicatoren: 1.1, 1.3, 2.3, 2.4, 2.5, 3.1, 3.3, 3.4, 3.5, 3.6, 7.4, 9.4
Toetst de volgende gedragsgindicatoren: 1.1, 1.3, 2.3, 2.4, 2.5, 3.1, 3.3, 3.4, 3.5, 3.6, 7.4, 9.4