De student kan de anatomische bekkenstructuren herkennen, benoemen en kenmerken beschrijven (GI: 1.5, GI: 1.6)
De student kent de fysiologische veranderingen die eigen zijn aan het postpartum (GI: 1.5, GI: 1.6)
De student weet welke handelingen nodig zijn om het normaal verlopend postpartum zelfstandig te begeleiden en te bewaken (GI: 1.5, GI: 1.6,GI: 7.1, GI: 7.3, GI: 7.4, GI: 7.5, GI: 11.1)
De student weet hoe men vroegtijdig risico’smoet opsporen en afwijkingen in het fysiologisch proces vaststellen en beoordelen (GI: 2.1,GI: 2.2, GI: 2.3, GI:3.6, GI: 3.7, GI: 7.1, GI: 7.3, GI: 7.4, GI: 7.5, GI: 11.1
De student kan op een gepaste wijze advies en voorlichting geven aan de kraamvrouw(GI: 4.1, GI: 4.2, GI: 4.3,GI:4.4, GI: 6.2, GI: 6.4, GI: 12.1, GI: 12.2
De student kan beschrijven hoe- in afwezigheid van artsen- adequate handelingen te stellen in noodsituaties aan de kraamvrouw (GI: 2.1,GI: 2.2, GI: 2.3,GI: 2.1,GI: 2.2, GI: 2.3,GI: 11.1)