Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Maatschappelijke perspectieven15374/951/1213/15372/02
Studiegids

Maatschappelijke perspectieven

15374/951/1213/15372/02
Academiejaar 2012-13
Komt voor in:
  • Bachelor in het Sociaal Werk, trajectschijf 1
Dit is een deel van het opleidingsonderdeel Sociaal werk: vroeger en nu.
Studieomvang: 2 studiepunten
Gewicht: 2,00
Totale studietijd: 60,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2013 (EƩnmalig georganiseerd, enkel in het tweede semester)
Dit deel van het opleidingsonderdeel 'Sociaal werk: vroeger en nu' wordt gequoteerd op 20 (tot op een honderdste).
Tweede examenkans: 
  • wel mogelijk.
  • indien in eerste examenkans niet geslaagd voor opleidingsonderdeel 'Sociaal werk: vroeger en nu', moet dit deel enkel herkanst worden indien niet geslaagd.
Aard: Algemeen verplicht onderdeel
Docenten: De Bruyckere Luc
Onderwijstalen: Nederlands

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

De docent zal teksten betreffende de behandelde thema's ter beschikking stellen van de studenten via het elektronisch leerplatform.

Het studiemateriaal wordt gegroepeerd per behandelde thematiek en bestaat uit een cursustekst aangevuld met de presentatie van de gastsprekers.

Omschrijving Begincompetenties

CodeOmschrijvingNiveau
ESOEindtermen secundair onderwijsInleidend

Omschrijving Eindcompetenties

Competentie 1: Gebruikt en integreert menswetenschappelijke en praktijktheoretische inzichten in het sociaal-agogisch handelen. Operationalisering 1: De student kent en begrijpt het wat, waarom en hoe van rechtsregels. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de verschillende rechtsregels • de student duidt de verhouding tussen de verschillende rechtsregels • de student legt uit op welke wijze rechtsregels tot stand komt • de student expliciteert op welk niveau een rechtsregels wordt uitgevaardigd. Operationalisering 2: De student heeft zicht op het institutioneel kader van rechtsregels. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de verschillende politieke instellingen, en hun functie in de federale staat resp. in de supranationale en internationale context • de student duidt de verhouding tussen de verschillende politieke instellingen in de federale staat resp. in de supranationale en internationale context • de student geeft aan op welke wijze de Belgische rechtbanken zijn gestructureerd en georganiseerd • de student verklaart door welke instellingen en op welke wijze de naleving resp. de sanctionering van rechtsregels wordt verzekerd. Operationalisering 3: De student kent en begrijpt de basisprincipes van het burgerlijk recht. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de basisbegrippen van het burgerlijk recht (subjectieve rechten, rechtssubject, …) • de student legt de verschillende soorten subjectieve rechten uit • de student duidt de verhouding tussen de verschillende subjectieve rechten • de student geeft aan op welke wijzen subjectieve rechten ontstaan en verdwijnen • de student verklaart hoe een rechtssubject wordt geïdentificeerd • de student verklaart hoe het juridisch statuut van een rechtssubject wordt bepaald. Operationalisering 4: De student denkt kritisch na over de betekenis en het belang van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student verklaart de betekenis en het belang van de verschillende rechtsregels resp. de politieke instellingen • de student legt het verband tussen de verschillende soorten instellingen • de student verklaart de verhouding tussen het objectief recht en het subjectief recht. Operationalisering 5: De student volgt de geëigende methoden voor het opzoeken en raadplegen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Prestatie-indicatoren: • de student geeft aan hoe het recht is ingedeeld • de student identificeert de verschillende rechtsbronnen • de student vindt en gebruikt rechtsliteratuur (boeken, tijdschriften, …) voor het opzoeken van relevante juridische informatie • de student vindt en gebruikt virtuele zoekinstrumenten voor het opzoeken van relevante juridische informatie Operationalisering 6: De student past de opgezochte en geraadpleegde rechtsbronnen toe op een specifiek probleem. Prestatie-indicatoren: • de student situeert een bepaald onderwerp of probleem in de toepasselijke rechtstak • de student geeft de geraadpleegde regeling weer op een correcte wijze • de student maakt een onderscheid tussen de verschillende rechtsbronnen • de student gebruikt juridische termen en basisbegrippen op een correcte wijze • de student hanteert correcte bronverwijzingen in voetnoten en bibliografie. Competentie 3: Benadert het sociaal-agogisch handelen op structurele wijze vanuit een emancipatorische en proactieve ingesteldheid. Operationalisering 1: De student ontwikkelt een kritisch-geëngageerde houding in de interpretatie en in de toepassing van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student duidt de betekenis en het belang van de rechtsstaat • de student bekijkt de rol en de functie van het rechtssysteem vanuit de rechtspositie van de burger, en meer in het bijzonder van de personen en groepen in een maatschappelijk kwetsbare positie • de student onderkent dat het recht niet statisch maar dynamisch is, en legt het verband tussen de evolutie van het recht en de maatschappelijke ontwikkelingen • de student duidt de emancipatorische dimensie van het recht, en benadert individuele en maatschappelijke problemen vanuit dat perspectief • de student ontwikkelt een reflex om tekorten en gebreken van het rechtssysteem te detecteren en aan relevante organisaties en aan het beleid te signaleren • de student volgt de actualiteit en is op de hoogte van ontwikkelingen op juridisch vlak. Operationalisering 2: De student ontwikkelt een realistische en verantwoorde houding in de interpretatie en in de toepassing van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student maakt een onderscheid tussen recht en rechtvaardigheid • de student duidt op de plichten die burgers, naast hun rechten, hebben in het kader van een samenleving gekenmerkt door solidariteit • de student houdt expliciet rekening met het actueel geldend juridisch referentiekader bij de benadering van individuele en maatschappelijke problemen • de student wordt zich bewust van de grenzen van het rechtssysteem voor de beroepspraktijk van de sociaal werker.

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

De lessen zijn bedoeld als een eerste aanzet om je als student van de opleiding Sociaal Werk kritisch te laten nadenken over enkele belangrijke actuele maatschappelijke ontwikkelingen, die van belang zijn voor de theorie en de praktijk van het sociaal werk. 

Het opzet is tweeledig: 
- enerzijds het aanbieden aan de studenten van een theoretisch referentiekader en
- anderzijds de studenten laten kennismaken met representatieve toepassingen uit de praktijk van het sociaal(juridisch) activisme.

De lessen nemen de vorm aan van interactieve hoorcolleges. Van de studenten wordt verwacht dat zij zich open opstellen en actief meedenken en meewerken. Zij worden uitgenodigd en gestimuleerd tot een actieve deelname door middel van vragen, discussie en actieve werkvormen in groep.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

De lessen zijn opgebouwd rond thema's met betrekking tot enkele relevante actuele maatschappelijke ontwikkelingen, die van belang zijn voor de theorie en de praktijk van het sociaal werk, namelijk:

- transities, transitiebeleid en -management
- welvaart, andersglobalisme en eco-socialisme
- duurzaam sociaal werk
- mensenrechten, culturele diversiteit en de mensenrechtenbeweging.

De inhoud en het verloop van elke les worden bepaald in nauwe samenwerking tussen de docent en gastsprekers. De behandelde onderwerpen worden eerst ingeleid door de docent die telkens een theoretisch kader aanreikt en in een ruimer maatschappelijk perspectief situeert, en vervolgens verder uitgewerkt door gastsprekers die een presentatie geven over een concrete werking of een concreet project vanuit een maatschappelijke organisatie of beweging, waarbij zij als professionals rechtstreeks betrokken zijn.     

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege15,00 uren
Leer- en evaluatietijd45,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment juniSchriftelijk examen100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberSchriftelijk examen100,00

Omschrijving Begeleiding

De docent stelt zich tijdens de lessen ter beschikking van de studenten voor inhoudelijke begeleiding. Ook na de lessen is de docent op afspraak beschikbaar.

Bijkomende Kost

1.00