Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Beroepspraktijk I9269/951/1213/1/51
Studiegids

Beroepspraktijk I

9269/951/1213/1/51
Academiejaar 2012-13
Komt voor in:
  • Bachelor in het Sociaal Werk, trajectschijf 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 10 studiepunten
Gewicht: 10,00
Totale studietijd: 300,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2012 (Eénmalig georganiseerd over het volledige academiejaar)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit getolereerd).
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Algemeen verplicht onderdeel
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Docenten: Celis Luc, De Meyst Lucie, Diels Krista, Le Roy Jessy, Stiens Hans, Tilkin-Franssens Diederik, Van Ransbeeck Elfie, Verbelen Wilfried
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Academiejaar

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Alle informatie omtrent het opleidingsonderdeel is te vinden op het elektronisch leerplatform. Literatuur omtrent wetgeving, ruimer werkveld, problematieken, … met betrekking tot eigen stageplaats. Leren en werken als maatschappelijk assistent.

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Aanbevolen

Studentenhandleiding die bij de aanvang van het academiejaar aan de studenten ter beschikking wordt gesteld via Dokeos.

Omschrijving Begincompetenties

CodeOmschrijvingNiveau
ESOEindtermen secundair onderwijsInleidend

Omschrijving Eindcompetenties

Competentie 1: Gebruikt en integreert menswetenschappelijke en praktijktheoretische inzichten in het sociaal-agogisch handelen.

Werkomschrijving:
Het gaat hier om het gepast en correct in de praktijk brengen van al je verworven theoretische kennis in praktijksituaties.
Bepaalde praktijksituaties waarmee je te maken krijgt kan je bovendien situeren, kaderen en verklaren vanuit al de kennis die je hebt opgedaan.
We spreken liever over referentiekaders uit de menswetenschappen, dan enkel over kennis. Deze referentiekaders maak je jezelf geleidelijk aan meer eigen, via de theoretische vakken op school, het lezen van boeken die met sociaal werk te maken hebben, het bekijken van films, het volgen van de actualiteit, enzovoort.
Naast de referentiekaders uit de menswetenschappen is het ook van belang dat je de praktijktheoretische inzichten van sociaal werk leert kennen. Hiermee bedoelen we de verschillende sociaalagogische methodieken die sociaal werkers hanteren om een probleem, behoefte of vraag aan te pakken.

Prestatie-indicatoren:)

* Je benoemt, omschrijft en geeft duiding aan de gehanteerde referentiekaders uit de menswetenschappen om mens en samenleving te begrijpen en analyseren. (project)

* Je analyseert een probleem of een behoefte van mens en samenleving vanuit de gehanteerde referentiekaders uit de menswetenschappen. (project)

* Bij de toepassing van één of meerdere referentiekaders (die mens en samenleving helpen analyseren) ga je kritisch en veranderingsgericht te werk. (project)

* Je bent je beginnend bewust van de verschillende referentiekaders en van de mogelijkheden en de beperkingen van deze referentiekaders. (portfolio, project)

* Je begint ook te zien dat referentiekaders kunnen verschillen van elkaar (of juist niet) en leert verantwoorden waarom je een specifiek referentiekader boven een ander verkiest. (project, portfolio)

* Je kan op een beginnend niveau de relatie verduidelijken tussen sociaal werk enerzijds en levens- en wereldbeschouwingen, historische ontwikkelingen, economische mechanismen, sociologische en psychologische referentiekaders en juridische normering anderzijds. (project en portfolio)

* Je ziet in dat mens en samenleving zeer divers zijn en dat de vraagstukken die samenhangen met diversiteit (in de meest brede zin van het woord) een genuanceerde instelling vereisen. Bij het in de praktijk brengen van referentiekaders moet met deze diversiteit dan ook rekening gehouden worden.

* Je benoemt, duidt en omschrijft vanuit de stagecontext gebruikte methodieken van o.a. groepswerk, vormingswerk, individueel maatschappelijk werk, sociaaljuridische dienstverlening, opbouwwerk, buurtwerk, preventie, human resources management, conflicthantering, bemiddeling, onderhandelen, procesvoering, enzovoort.

* Je exploreert op een kritische wijze de gangbare methodieken op kritische wijze en formuleert een eigen mening over de toepassing hiervan in de praktijk van de stagecontext.

* Je gaat op een kritische en veranderingsgerichte respectievelijk oplossingsgerichte wijze om met het aanbod van hulp- en dienstverlening en sociaal-culturele aanbod in het werkveld/ de stagecontext.

* Je omschrijft en duidt het hulpverleningsaanbod (MW), het dienstverleningsaanbod (MAD) en het sociaal-cultureel aanbod (SCW) van instellingen en organisaties uit het werkveld. (Stage, project en ESW)

* Je formuleert een mening over de toepasbaarheid en de werking van dit aanbod in de praktijk. (Stage)

Competentie 2: Stelt op basis van een vraag, een behoefte of een probleem van de doelgroep een handelingsplan op. Hij/zij beheert dit, evalueert dit en stuurt bij overeenkomstig de situatie en de mogelijkheden van de doelgroep.

Werkomschrijving:
Op niveau van de school gaat het bv om het voor jezelf plannen van examens of maken van taken tegen deadlines.
Wat betreft de stagecontext gaat het bv over het maken van een jaarverslag, het opmaken van een afbetalingsplan samen met de cliënt, het maken van afspraken met een jongere in het kader van zijn spijbelgedrag, het plannen van een vormingsactiviteit…
Belangrijk hierbij is dat haalbare doelstellingen vooropgesteld worden en dat steeds rekening gehouden wordt met de noden en mogelijkheden van je doelgroep/ cliënt.
In het eerste jaar verwachten we niet dat je dit zelf gaat doen, maar dat je door wat je gezien en gehoord hebt op je stageplaats, dit kan beschrijven.

Prestatie-indicatoren:
* Bij het uitvoeren van de verschillende opdrachten maak je handelingsplannen op volgens het aangeleerde format en toont deze door middel van je portfolio. (alle BP1 activiteiten)

* Bij elke vergadering maakt de groep een handelingsplan op dat onderdeel is van het vergaderverslag, dat geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd wordt. (project)

* Je toont d.m.v. je portfolio aan, zowel voor wat betreft de taakgerichte aspecten (opdrachten) als de persoonlijke ontwikkeling (competentieontwikkeling) dat je doelstellingen voor je werkproces hebt opgesteld, acties hebt ondernomen om je doelstellingen te bereiken en waar nodig, bijgestuurd hebt.

* Je toont door middel van je portfolio en door middel van observeerbaar gedrag aan dat wat je geleerd hebt in de colleges, op stage of tijdens de trainingsweek, ook daadwerkelijk gebruikt in andere contexten.

* Je werkt projecten, sociale activiteiten en oplossingen voor aangebrachte problemen uit.

* Je onderkent, vanuit praktijkvoorbeelden, de principes, het belang en de relevantie van projectmatig en/of oplossingsgericht werken. (stage en project)

* Je handelt, daar waar nodig of gewenst, volgens de stappen / fasen van het projectmatig werken.

* Je informeert betrokkenen (medestudenten, lectoren ea .) maximaal over je eigen project – werkzaamheden, ervaringen, feedback, gedachten en gevoelens ivm met doelstellingen, actieplannen, uitvoering en beoordeling van het lopende project

* Je doet zelf duidelijk eigen inbreng in de taakgerichte en relationele aspecten van de
hele projectwerking

* Je maakt gebruik van feedback die je van anderen krijgt over je bijdrage en gedrag om dit waar nodig bij te sturen. (coaching, projectwerking)

* Je vraagt en geeft duidelijke en constructieve feedback over inbreng, betrokkenheid, engagement en kwaliteit van het werk van jezelf en anderen. (project, coaching)

* Je neemt verantwoordelijkheid op voor het eigen werk en voor de totaliteit van de werking en neemt initiatieven om anderen daarin te betrekken. (project, coaching)

* Je hebt zicht op en houdt bij de werkzaamheden rekening met de mogelijkheden en beperkingen van jezelf en de andere studenten.

* Je toont door middel van tussenkomsten, reflecties, feedback, opmerkingen enz … aan dat je op een kritische en genuanceerde wijze nadenkt over persoonlijke en maatschappelijke problemen.

* Je benadert de problemen of moeilijkheden die zich stellen op een creatieve, oplossingsgerichte wijze. (project)


Competentie 3: Benadert het sociaal-agogisch handelen met de doelgroep op structurele wijze en vanuit een emancipatorische en proactieve ingesteldheid.

Werkt veranderingsgericht aan ongelijke maatschappelijke verhoudingen en activeert mensen of groepen om hun situatie te verbeteren.

Werkomschrijving 1:
Tijdens je stage en de projectwerking ga je bijvoorbeeld zien dat de sociaal werker in staat is om mensen en groepen te activeren of te leiden naar voorzieningen zodat hun participatie in de samenleving wordt vergroot en hun maatschappelijke situatie kan verbeteren. Maar de sociaal werker moet ook preventief werken om te voorkomen dat bepaalde doelgroepen (nog meer) in de problemen raken.


Prestatie-indicatoren:
* Je leert je tijdens stagemomenten en projectwerking in te leven in de leefsituatie, motivatie en oplossingsgerichte draagkracht van de doelgroep, en gaat hierbij na, indien mogelijk, hoe de doelgroep de eigen positie ervaart.

* Je leert op gestructureerde wijze binnen de stagecontext en de projectwerking de behoeften, de noden en/of de kansen van de doelgroep in kaart te brengen door middel van een beperkte omgevingsanalyse van de doelgroep.

* Je leert zicht te krijgen op de positionering van de doelgroep ten opzichte van maatschappelijke problematieken en verhoudingen en leert deze inzichten te verbinden met beginnende ideeën over sociaal-agogische processen samen met en/of voor de doelgroep. (stage en project)

*Je beschrijft op weloverwogen wijze methoden van pro-actief en preventief werk in praktijksituaties. (stage en project)

Werkomschrijving 2:
Je zal zien vanuit de stage en het project dat probleemsituaties doorgaans structureel verankerd zijn , zowel op individueel vlak als op maatschappelijk vlak. Je omschrijft dan ook hoe sociaal werkers naast een curatieve ook een preventieve en proactieve opdracht hebben om, op gestructureerde wijze, een probleemsituatie aan te pakken of de ontplooiingskansen van individuen of groepen te bevorderen.

Prestatie-indicatoren:
* Je begint doorheen je stage en het project in te zien dat probleemsituatie of het tekort aan kansen met de globale maatschappelijke context samenhangen waarin de probleemsituatie of het tekort aan kansen ontstaat en in stand wordt gehouden en dat ook mogelijkheden, kansen en hulpbronnen samenhangen met de maatschappelijke context waarin deze kansen ontstaan en al dan niet kunnen gegrepen worden.

* Je maakt je de reflex eigen om na te denken over mogelijkheden tot preventief werk en welke de praktische implicaties daarvan zijn. (project)

*Je stelt je open, tolerant en tegelijk kritisch op en bent bereid tot actief burgerschap in de samenleving. (doorheen heel BP1)

Werkomschrijving 3:
Op stage en tijdens de projectwerking zie je dat de sociaal werker zich tolerant opstelt en een kritische pleitbezorger is van actief burgerschap. Burgerschap betekent dat alle burgers volwaardig kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving. Dit impliceert niet alleen dat de sociaal werker vertrouwd is met begrippen zoals betrokkenheid, educatie, participatie, solidariteit, sociale cohesie, burgerzin en diversiteit, maar ook dat de sociaal werker zich deze begrippen eigen maakt als integraal onderdeel van zijn waarden- en normensysteem en van zijn beroepshouding, en bovendien dat de sociaal werker deze begrippen eventueel vertaalt in een concreet engagement.

Prestatie-indicatoren:
* Je ontwikkelt een beginnend inzicht in de betekenis en het belang van de rechtsstaat en de rechten die de burger kan doen gelden ten opzichte van de overheid in een parlementaire democratie. (project)

* Je leert problemen, behoeften en kansen van individuen en groepen vanuit verschillende invalshoeken bekijken en houdt daarbij rekening met de ruimere maatschappelijke context. (stage en project)

* Je leert je geleidelijk aan kritisch op te stellen op ten aanzien van maatschappelijke situaties en gebeurtenissen. (portfolio)

* Je denkt na over eigen standpunten en die van anderen. (doorheen heel BP1)

* Je begint je bewust te worden van je persoonlijk waarde- en normenkader en leert hoe ervoor zorg te dragen dat dit niet in de weg staat van de ontmoeting met andere personen. (doorheen heel BP1)

* Je bent bereid om actief te luisteren naar en te leren van anderen in een interculturele context. (doorheen heel BP1)

* Je begint inzicht te ontwikkelen in de mechanismen van uitsluiting en onderdrukking.

* Je leert handelen met respect voor de gelijkwaardigheid van alle mensen en groepen.



Competentie 4: Gaat op professionele wijze om met sociaal beleid, beleidsprocessen en beleidsbeïnvloeding.

Werkomschrijving:
Je leert via de stage en het project dat maatschappelijk assistenten een eerstelijnsrol vervullen bij het detecteren van structurele sociale problemen en behoeften die een eventueel overheidsingrijpen noodzakelijk maken.

Prestatie-indicatoren:
* Je staat open voor structurele aspecten van de sociale problemen en behoeften waaraan gewerkt tijdens het project 1ste jaar, en onderkent deze in hun onderscheiden aspecten.

* Je omschrijft nauwkeurig in het draaiboek de doelgroep van de onderkende structurele sociale problemen en behoeften.

* Je ontwikkelt beginnende inzichtelijke kennis van en reflecteert kritisch over het gevoerde sociaal beleid op het vlak van de onderkende structurele sociale problemen en behoeften binnen het gekozen projectthema.

* Je specificeert en benoemt binnen het projectwerk de onderkende structurele sociale problemen en behoeften in termen van concrete gebreken respectievelijk concrete leemten van het gevoerde sociaal beleid.

* Je verzamelt, vanuit je projectthema in (een segment van) het werkveld, de belangrijkste relevante informatie over de onderkende sociale problemen en behoeften.

* Je maakt een begin met het formuleren van enkele doelstellingen en stelt een nog enigszins beperkte, aangepaste, doelgerichte strategie op voor beleidsbeïnvloeding betreffende de structurele sociale problemen en behoeften.

* Je toont aan in beginnende mate in staat te zijn om de verzamelde informatie in het licht van de geformuleerde doelstellingen en vooropgestelde strategie te analyseren en synthetiseren.

* Je motiveert en argumenteert beperkte gewenste wijzigingen van het gevoerde sociaal beleid op grond van overwegingen zowel vanuit de praktijk (feitelijke informatie over de structurele sociale problemen en behoeften) als vanuit de leervragen die vanuit verschillende disciplines (menswetenschappelijke referentiekaders) in het projectwerk aangeleverd worden en vanuit de ruimere maatschappelijke context (met economische, juridische, sociologische, ethische… aanknopingspunten).


Competentie 5: Maakt op authentieke manier contact met doelgroepen vanuit een respectvolle, empathische en professionele betrokkenheid.

Werkomschrijving:
Je werkt als maatschappelijk assistent met en voor mensen, in individueel of in groepsverband. In het eerste jaar ga je doorheen de stage al in interactie met de doelgroep maar je communiceert ook met je medestudenten en coachen.

Prestatie-indicatoren:
* Je legt vlot basiscontact met cliënten of groepen via de kijkstage en/of het projectwerk

* Je verwoordt bewustzijn van jezelf als lerend maatschappelijk assistent in schriftelijke reflecties en toont je eigenheid in de uitwerking van de portfolio

* Je stelt je empathisch op ten aanzien van cliënten/groepen, medewerkers, medestudenten en docenten en identificeert en onderkent hun mogelijkheden en kwaliteiten.

* Je leert professionele en doelgerichte relaties op te bouwen en vertrouwen op te wekken tijdens de stageperiode en in het gehele leerproces

* Je maakt op een grondige manier kennis de noden en behoeften van de doelgroep en haar omgeving binnen de context van de eerste jaars stage.

* Je toont respect voor cliënten, medewerkers, medestudenten en (doel)groepen

* Je luistert op een actieve wijze naar medestudenten, medewerkers, medestudenten en (doel)groepen


Competentie 6: Hanteert doelgericht en efficiënt diverse communicatie- en interactievormen.

Werkomschrijving:
Als lerend maatschappelijk assistent bezit je basiscommunicatievaardigheden om met de doelgroep te kunnen samenwerken. Via communicatie en interactie krijg je een beginnend zicht op de behoeften, noden en vragen van individuen/groepen en zie je hoe een ondersteunings- en begeleidingsaanbod aangeboden wordt.

Prestatie-indicatoren:
* Je maakt door middel van de verschillende aangeboden leervormen (oa competentietrainingen, stage) kennis met de communicatie- en gespreksmodellen in het werkveld.

* Je leert stapsgewijs in de communicatie rekening te houden met waarden en normen van cliënten en groepen. (stage en project)

* Je leert stapsgewijs leiding te geven aan een gesprek. Vangt non-verbale communicatie op, gaat in op reacties. (stage, project)

* Je bent sociaal en mondig.

* Je onderscheidt hoofd- van bijzaken in een gesprek, duidt de meest belangrijke informatie aan in een gesprek (of selecteert), stelt relevante en correcte vragen.

* Je bent empatisch en onderkent de gevoelens en behoeften van anderen.

* Je bent luisterbereid.

* Je gebruikt op correcte wijze mondeling en schriftelijk taalgebruik (ideeën en meningen in begrijpelijke en correcte taal schriftelijk of mondeling communiceren).

* Maakt op correcte manier verslagen in het kader van de projectwerking.

* Leert het vakjargon van sociaal werkers kennen, gebruiken en hanteren t.a.v. anderen in begrijpelijke termen voor het cliëntsysteem.

* Ziet het belang in van meertaligheid en maakt een begin met het hanteren ervan om aan hulpverlening, dienstverlening of begeleiding te doen.


Competentie 7: Past modellen van groepsdynamica constructief toe om teamgericht te kunnen werken.

Werkomschrijving:
Elke maatschappelijk assistent werkt in een team en levert een bijdrage aan het gemeenschappelijke resultaat. Hij kan ook omgaan met verschillende dynamieken die elke groep typeren. In het eerste jaar leer je werken in team kennen via stage en door in groep te werken tijdens de projectwerking.

Prestatie-indicatoren:
* Je overlegt en stimuleert de samenwerking binnen de eigen leer- en werkomgeving tijdens de projectwerking.

* Je neemt afwisselend de rol van voorzitter, secretaris of deelnemer op en genereert en demonstreert op een beginniveau het geëigende rolgedrag.

* Je luistert actief naar anderen, stelt informatieve vragen, geeft op een heldere en duidelijk wijze je eigen mening of oordeel wanneer nodig, vat af en toe samen zowel op inhoudelijk als relationeel vlak.

* Je komt tussen, doet voorstellen, neemt initiatieven, reageert op gedrag van anderen zowel op inhoudelijk als relationeel vlak.

* Je geeft in tussenkomsten blijk van beginnend inzicht en kennis op vlak van groepdynamische processen door het onderkennen, benoemen en aanduiden ervan en door het doelgericht hanteren ervan.

* Je reflecteert over deze processen en brengt daarvan verslag uit door middel van de portfolio.


Competentie 8: Gaat op een adequate manier om met organisatiestructuren- en dynamieken en neemt een specifieke verantwoordelijkheid op in functie van een gezamenlijk resultaat.

Werkomschrijving:
Doorheen je stage en de projectwerking leer je dat succesvol sociaal werk impliceert dat je als maatschappelijk assistent gericht de middelen en structuren van de eigen organisatie als van de organisaties binnen netwerkverbanden moet kunnen benutten. Het flexibel en adequaat omgaan met organisatiestructuren en dynamieken is van belang voor elke sociaal werker.
Bovendien zijn er maatschappelijke assistenten die medewerkers sturen en motiveren zodat ze – voor eenvoudige opdrachten - hun doelstellingen en die van de organisatie en/of opdrachtgever op een correcte manier kunnen realiseren, zowel individueel als in teamverband. Doorheen de projectwerking leer je dat beginnend aan door verantwoordelijkheid op te nemen binnen je projectteam.

Prestatie-indicatoren:
* Je leert tijdens de stage en de projectwerking de sociale kaart hanteren en gebruikt ze onder andere om organisaties en hun netwerken te contacteren.

* Je leert de verschillende organisatiestructuren van instellingen en organisaties uit het werkveld kennen tijdens de stage en de projectwerking.

* Je hanteert de basiscommunicatievaardigheden om vlot te functioneren in de eigen organisatie en het netwerk.

* Je draagt bij aan een gezamenlijk resultaat door zichtbaar en actief mee te werken aan het werk van anderen tijdens deelopdrachten op de stage en tijdens het project.

* Je stelt je constructief en kritisch op ten aanzien van de doelgroep, ten aanzien van medewerkers en ten aanzien van derden.

* Je onderkent de invloed en gevolgen van het eigen handelen op anderen en de organisatie, en vice versa.

* Je geeft op duidelijke en positieve manier feedback aan andere medestudenten, cliënten, medewerkers.

* Je kan op efficiënte wijze plannen en organiseren (doelen bepalen, prioriteiten en de benodigde middelen, tijd en acties hiertoe).


Competentie 9: Verdiept en verbreedt het eigen professioneel functioneren op basis van zelfreflectie en van een kritische houding tot nieuwe ontwikkelingen in de socio-professionele context.

Werkomschrijving:
Maatschappelijk assistenten geven blijk van een open houding tegenover mensen, groepen en problemen. Zij zijn dus in staat om hun eigen waarden en normen te relativeren en opzij te schuiven. Vanzelfsprekend is dit maar mogelijk indien ze erin slagen zichzelf te kennen. In het eerste jaar is je portfolio hét instrument om dit aan te tonen!
Naast zelfreflectie is het van groot belang dat je reflecteert over de ontwikkelingen in de maatschappij. Wat op dit niveau gebeurt (zowel economisch, sociaal als politiek) heeft invloed op je werk als sociaal werker.


Prestatie-indicatoren:
* Je verkent en beschrijft in de portfolio op een beginnend niveau de eigen praktijkervaring vanuit de specifieke rol en positie van de sociaal werker.

* Je geeft de eigen sterkten en zwakten aan in het functioneren en staat open voor feedback van anderen.

* Je stuurt op basis van feedback, van zelfreflectie en van nieuwe inzichten het eigen functioneren bij en formuleert ook zelf leerpunten.

* Je ontwikkelt en verwoordt stapsgewijs een visie op het beroep, op de doelgroep en de gebruikte methodieken (afstand nemen van de dagelijkse praktijk / zich een beeld kunnen vormen van de toekomst) .

* Je ontwikkelt een dynamische, creatieve en innovatieve houding en visie op het aanleren en verkennen van en het beroep en de sector.

* Je bent creatief en innovatief in het omgaan met de doelgroep, met het activiteitenaanbod en met de veelzijdigheid aan methodieken

* Je bent je beginnend bewust van de verschillende achtergronden van je doelgroep(en) en bent je bewust van de relativiteit hiervan.

* Je gaat stapsgewijs op een adequate en professionele manier om met een multiculturele context.

* Je ontwikkelt een bewustzijn van je zekerder te voelen in het hanteren van onzekerheden en je tegelijk onzekerder te voelen in het hanteren van zekerheden 
 hun situatie te verbeteren.

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

Zicht krijgen op... Reflecteren over... Een begin maken met en verder verfijnen van de beroepsspecifieke competenties van een Sociaal Werker

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

Het opleidingsonderdeel bestaat uit verschillende activiteiten (= de inhoud) die verlopen volgens proceslijnen (= de pijlers). De activiteiten zijn: - introductie; - vaardigheidstrainingen; - observatie- en exploratieoefening in het werkveld; - residentiële training (trainingsweek); - projectwerk; - groepspresentatie; - evaluatie. De activiteiten die over het academiejaar worden gespreid zijn de bouwstenen voor de competentie-ontwikkeling van de student, en vormen samen één geïntegreerd geheel. De proceslijnen zijn: - trajectbegeleiding door middel van coachingsgesprekken, - portfolio, - zelfstudie, - zelfevaluatie en beoordeling

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege18,00 uren
Werkcollege102,00 uren
Leer- en evaluatietijd90,00 uren
Stage90,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment juniPaper15,00
Examenmoment juniPresentatie10,00
Examenmoment juniWerkstuk15,00
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie60,00

Omschrijving Begeleiding

De studenten worden begeleid door een team van begeleiders, die instaan voor de inhoudelijke en procesmatige coaching van groepen en individuele studenten doorheen het ganse traject.

Bijkomende Kost

195.00

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.