Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Juridische verkenningen15370/951/1213/1/17
Studiegids

Juridische verkenningen

15370/951/1213/1/17
Academiejaar 2012-13
Komt voor in:
  • Bachelor in het Sociaal Werk, trajectschijf 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 5 studiepunten
Gewicht: 5,00
Totale studietijd: 150,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2012 (Eénmalig georganiseerd, enkel in het eerste semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Algemeen verplicht onderdeel
Docenten: De Bruyckere Luc
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1

Gestructureerde registratie van Handboeken, Syllabi, Softwarepakketten ..

Handboek
Dwars door recht - een ont(k)leding voor en door sociaalagogisch werkers 2010-2011Verplicht
  • Auteur: Luc De Bruyckere
  • Uitgever: Larcier
  • ISBN-nr: 978-28-044-4510-2
  • Te koop via de verkoopdienst

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Extra documentatiemateriaal en oefeningen ter beschikking gesteld via het elektronisch leerplatform

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Aanbevolen

Cursusnota's

Omschrijving Begincompetenties

CodeOmschrijvingNiveau
ESOEindtermen secundair onderwijsInleidend

Omschrijving Eindcompetenties

Competentie 1: Gebruikt en integreert menswetenschappelijke en praktijktheoretische inzichten in het sociaal-agogisch handelen. Operationalisering 1: De student kent en begrijpt het wat, waarom en hoe van rechtsregels. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de verschillende rechtsregels • de student duidt de verhouding tussen de verschillende rechtsregels • de student legt uit op welke wijze rechtsregels tot stand komt • de student expliciteert op welk niveau een rechtsregels wordt uitgevaardigd. Operationalisering 2: De student heeft zicht op het institutioneel kader van rechtsregels. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de verschillende politieke instellingen, en hun functie in de federale staat resp. in de supranationale en internationale context • de student duidt de verhouding tussen de verschillende politieke instellingen in de federale staat resp. in de supranationale en internationale context • de student geeft aan op welke wijze de Belgische rechtbanken zijn gestructureerd en georganiseerd • de student verklaart door welke instellingen en op welke wijze de naleving resp. de sanctionering van rechtsregels wordt verzekerd. Operationalisering 3: De student kent en begrijpt de basisprincipes van het burgerlijk recht. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student omschrijft de basisbegrippen van het burgerlijk recht (subjectieve rechten, rechtssubject, …) • de student legt de verschillende soorten subjectieve rechten uit • de student duidt de verhouding tussen de verschillende subjectieve rechten • de student geeft aan op welke wijzen subjectieve rechten ontstaan en verdwijnen • de student verklaart hoe een rechtssubject wordt geïdentificeerd • de student verklaart hoe het juridisch statuut van een rechtssubject wordt bepaald. Operationalisering 4: De student denkt kritisch na over de betekenis en het belang van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student verklaart de betekenis en het belang van de verschillende rechtsregels resp. de politieke instellingen • de student legt het verband tussen de verschillende soorten instellingen • de student verklaart de verhouding tussen het objectief recht en het subjectief recht. Operationalisering 5: De student volgt de geëigende methoden voor het opzoeken en raadplegen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Prestatie-indicatoren: • de student geeft aan hoe het recht is ingedeeld • de student identificeert de verschillende rechtsbronnen • de student vindt en gebruikt rechtsliteratuur (boeken, tijdschriften, …) voor het opzoeken van relevante juridische informatie • de student vindt en gebruikt virtuele zoekinstrumenten voor het opzoeken van relevante juridische informatie Operationalisering 6: De student past de opgezochte en geraadpleegde rechtsbronnen toe op een specifiek probleem. Prestatie-indicatoren: • de student situeert een bepaald onderwerp of probleem in de toepasselijke rechtstak • de student geeft de geraadpleegde regeling weer op een correcte wijze • de student maakt een onderscheid tussen de verschillende rechtsbronnen • de student gebruikt juridische termen en basisbegrippen op een correcte wijze • de student hanteert correcte bronverwijzingen in voetnoten en bibliografie. Competentie 3: Benadert het sociaal-agogisch handelen op structurele wijze vanuit een emancipatorische en proactieve ingesteldheid. Operationalisering 1: De student ontwikkelt een kritisch-geëngageerde houding in de interpretatie en in de toepassing van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student duidt de betekenis en het belang van de rechtsstaat • de student bekijkt de rol en de functie van het rechtssysteem vanuit de rechtspositie van de burger, en meer in het bijzonder van de personen en groepen in een maatschappelijk kwetsbare positie • de student onderkent dat het recht niet statisch maar dynamisch is, en legt het verband tussen de evolutie van het recht en de maatschappelijke ontwikkelingen • de student duidt de emancipatorische dimensie van het recht, en benadert individuele en maatschappelijke problemen vanuit dat perspectief • de student ontwikkelt een reflex om tekorten en gebreken van het rechtssysteem te detecteren en aan relevante organisaties en aan het beleid te signaleren • de student volgt de actualiteit en is op de hoogte van ontwikkelingen op juridisch vlak. Operationalisering 2: De student ontwikkelt een realistische en verantwoorde houding in de interpretatie en in de toepassing van het recht in de samenleving. Prestatie- en gedragsindicatoren: • de student maakt een onderscheid tussen recht en rechtvaardigheid • de student duidt op de plichten die burgers, naast hun rechten, hebben in het kader van een samenleving gekenmerkt door solidariteit • de student houdt expliciet rekening met het actueel geldend juridisch referentiekader bij de benadering van individuele en maatschappelijke problemen • de student wordt zich bewust van de grenzen van het rechtssysteem voor de beroepspraktijk van de sociaal werker.

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

Als eerste kennismaking met ons rechtstelsel beoogt de cursus de studenten inzicht te laten verschaffen in en kritisch te doen nadenken over het wat en waarom van het recht en hoe het recht kan worden ingedeeld. Hierbij wordt toelichting gegeven bij de verschillende rechtstakken, de bronnen van het recht alsook de gerechtelijke organisatie en procedure. Tevens is het de bedoeling om de student vertrouwd te maken met de kernbegrippen van het burgerlijk recht, en om hen gevoelig te maken voor het spanningsveld dat bestaat tussen recht en rechtvaardigheid.Tegelijk wordt het recht gekaderd binnen zijn politieke en maatschappelijke context. Tevens wordt stilgestaan bij de Belgische staatsstructuur en de werking van de politieke instellingen in hun onderlinge verhouding en bij de totstandkoming van regelgeving.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

1. ALGEMEEN DEEL 
1.1 What's in a name? - Recht als afspraak en als opdracht 
1.2 Hoe onzeker is rechtszeker? - Vier paradoxen van rechtszekerheid 
1.3 Alice in Wonderland meets the Wizard of Oz - De sleutels tot de juridische onder- en bovenwereld
1.4 Lettertjessoep en woordsalade - Waarom juristen zo raar praten
1.5 Flower power of het moeilijke huwelijk van recht en sociaal werk: onleesbare boterbriefjes?
1.6 151.200 - Hoelang duurt één seconde?
2. INLEIDING TOT HET PUBLIEK RECHT
2.1 The Rule of Law: rechtsstaat of wettenstaat? - Over burgers en mensen
2.2 De Brabançonne: van koninglied tot zwanenzang?
2.3 Abs(i)ent minds en kamerplanten in de halfronden van de democratie - Checks and balances
2.4 Allez circulez! - Knipperlichten op het vierarmenkruispunt van het rechtsverkeer
2.5 De kronkelinge hordeloop naar de wet - On and off the beaten tracks
2.6 De ene wet is de andere niet - Van grondwetgeving tot vuilbakwetgeving
2.6 Van Heilig Boek tot blunderboek - Wie controleert wie in de Belgische rechtsorde?
2.7 Van eiland tot wereld - Over de zin en onzin van internationaal en supranationaal recht 
3. GERECHTELIJK PRIVAATRECHT - KOM TOT UW RECHT 
3.1 Het Huis van Vertrouwen - Van de catacomben tot de gouden koepel van het paleis
3.2 Hoe stevig is het gebit ven het recht? - Melktandjes en wijsheidstanden
3.3 Door het labyrint in vijf versnellingen - Mens erger je niet
3.4 De vele gezichten achter de blinddoek - Over rechters, verzoeners, arbiters en bemiddelaars
3.5 De waarheid in de weegschaal - Het recht van het bewijs of het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen
3.6 Frankie goes to Hollywood - Is er nog hoop voor Esperanto? 
4. BURGERLIJK RECHT - KEN UW RECHT IN 10 WIEWAWOES
4.1 Wat zijn subjectieve rechten? 
4.2 Wie is houder van subjectieve rechten? 
4.3 Wat is het voorwerp van subjectieve rechten? 
4.4 Wat is de basis van subjectieve rechten?
4.5 Hoe ontstaan en verdwijnen subjectieve rechten?
4.6 Over welke subjectieve rechten beschikt een rechtssubject?
4.7 Welke grenzen worden gesteld aan de uitoefening van subjectieve rechten?
4.8 Hoe wordt een rechtssubject geïdentificeerd? 
4.9 Hoe wordt het juridisch statuut van een rechtssubject bepaald?
4.10 Hoe wordt informatie over rechtssubjecten en goederen verwerkt?

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege42,00 uren
Leer- en evaluatietijd108,00 uren

Omschrijving Onderwijsorganisatie (tekst)

De docent verstrekt de noodzakelijke basisinformatie door middel van gestructureerde uiteenzettingen in hoorcolleges enerzijds, en audio-visuele voorstellingen anderzijds. Voor het ontwikkelen van de beoogde competenties worden de studenten in staat gesteld de verworven basisinzichten uit te diepen door het bestuderen van concrete toepassingsgevallen. De zelfwerkzaamheid en de actieve inbreng van de studenten worden gestimuleerd door, onder andere, individuele en/of groepsopdrachten.

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment januariMondeling examen33,00
Examenmoment januariPaper67,00De paper bestaat uit een individueel en groepsluik. Beiden staan op de helft van de punten. Gezien de aard van de opdracht is het groepsluik niet herkansbaar. Wanneer de student niet geslaagd is, worden de punten hiervan automatisch overgedragen naar de 2de zitijd.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberMondeling examen33,00
Examenmoment augustus/septemberPaper67,00De paper bestaat uit een individueel en groepsluik. Beiden staan op de helft van de punten. Gezien de aard van de opdracht is het groepsluik niet herkansbaar. Wanneer de student niet geslaagd is, worden de punten hiervan automatisch overgedragen naar de 2de zitijd.

Omschrijving Begeleiding

De studenten kunnen voor bijkomende studieinformatie de docent aanspreken ter gelegenheid van de lessen Recht. Zij kunnen ook gebruik maken van de mogelijkheid om de docent te mailen als zij tijdens de studie op bepaalde problemen stuiten of bepaalde vragen over de inhoud van de cursus hebben.

Bijkomende Kost

2.00

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.