Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Filosofie5265/951/1213/1/95
Studiegids

Filosofie

5265/951/1213/1/95
Academiejaar 2012-13
Komt voor in:
  • Bachelor in het Sociaal Werk, trajectschijf 1
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 5 studiepunten
Gewicht: 5,00
Totale studietijd: 150,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2013 (Eénmalig georganiseerd, enkel in het tweede semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Algemeen verplicht onderdeel
Docenten: Verbelen Wilfried
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2

Gestructureerde registratie van Handboeken, Syllabi, Softwarepakketten ..

Syllabus
cursustekst filosofie 1swVerplicht
  • Auteur: wilfried verbelen
  • Editie: laatste editie
  • Medium: Papier
  • Te koop via de verkoopdienst

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Aanbevolen

Eigen notities.

Omschrijving Begincompetenties

CodeOmschrijvingNiveau
ESOEindtermen secundair onderwijsInleidend

Omschrijving Eindcompetenties

Competentie 1: Gebruikt en integreert menswetenschappelijke en praktijktheoretische inzichten in het sociaal-agogisch handelen (basis). Operationalisering 1: De student heeft een kijk op de mogelijke “basisposities” binnen de samenleving (én het werkveld) en neemt positie in tegenover filosofische, ethische en/of maatschappelijke thema’s, relevant voor het sociaal werk. Prestatie-indicatoren: • Kan het begrip “basispositie” uitleggen en illustreren, door te verwijzen naar de cursusinhoud en de (sociale) actualiteit (schriftelijk examen – kennisproef). • Definieert en illustreert op een accurate wijze aanverwante basisbegrippen a.d.z. mensbeeld, wereldbeeld, levensvisie, visie, levensbeschouwing, wereldbeschouwing, positionering,…(schriftelijk examen – kennisproef). • Past de theoretische achtergronden toe op een agogische problematiek en argumenteert (zie ook Deel 2 van de cursus Filosofie en hulpverlening), dat de relatie tussen filosofie en sociaal-agogisch werk geen abstracte relatie is (wordt gemeten via leervragen en het leggen van linken binnen het projectwerk “Beroepspraktijk 1”). • Positioneert zich reeds een stukje tegenover bepaalde visies (van auteurs), thema’s of vraagstukken (attitude). Dit wordt in eerste instantie gestimuleerd tijdens de colleges d.m.v. discussiemomenten tijdens dewelke de student een eigen standpunt formuleert en motiveert. Hij krijgt hierop feedback van de docent. Het “meten” gebeurt a.d.h.v. beoordelingsvragen tijdens het schriftelijk examen (bv. “Kies je voor de filosofie van Kant of Weber?”). Operationalisering 2: De student is zich bewust van de relatie tussen levens- en wereldbeschouwelijkheid en sociaal-agogisch werk. Prestatie-indicatoren: • Legt uit en illustreert wat Waarden, Normen en Opvattingen zijn en welke rol ze kunnen spelen in ons denken, oordelen en handelen (schriftelijk examen). • Duidt de verbanden die bestaan tussen filosofie, antropologie en ethiek enerzijds en hulpverlening, dienstverlening en activering anderzijds (schriftelijk examen). • Duidt – op een bescheiden manier – de invloed van W, N, O aan in het reilen en zeilen binnen welzijnsvoorzieningen (wordt gemeten via leervragen in het kader van het projectwerk BP1), argumenteert dat er wel degelijk een verband bestaat tussen filosofie en hulpverlening en toont aan dat filosoferen als denkactiviteit nuttig kan zijn voor de sociaal-agogisch werker. Competentie 3: Benadert het sociaal-agogisch handelen op structurele wijze vanuit een emancipatorische en proactieve ingesteldheid (burgerschap en tolerantie) (basis). Operationalisering: De student toont een kritisch genuanceerde houding tegenover de (sociale) werkelijkheid in het algemeen en tegenover maatschappelijke en agogische thema’s in het bijzonder. Prestatie-indicatoren: • Doet op een kritische doch genuanceerde wijze uitspraken over bepaalde vraagstukken, haalt in een discussie over filosofische en/of ethische thema’s gefundeerde argumenten aan, stelt vragen en reikt verklaringen aan voor maatschappelijke vraagstukken (schriftelijk examen). • Leert in Deel 2 van de cursus stapsgewijs discussiëren en argumenteren tegenover stellingen die worden geponeerd (culturaliteit, interculturaliteit, diversiteit, inclusie/exclusie, solidariteit en wereldburgerschap,…). Is luisterbereid, toont respect voor de argumenten van anderen en stelt eigen denkwijzen in vraag. (door de feedback van medestudenten of de docent die de discussie of het debat in goede banen leidt). • Ontwikkelt een standpunt over stellingen die worden geponeerd en brengt objectieve argumenten aan om het respectievelijk standpunt te onderbouwen. (stellingenspel en discussie in kleine groepjes aan het eind van Deel 2 en/of interactie met een occasionele gastspreker) • Vormt een genuanceerd standpunt over inzichten uit de literatuur en komt tot een kritisch besluit (schriftelijk examen). • Kan uiteindelijk tijdens het schriftelijk examen analysevragen, standpuntvragen en beoordelingsvragen oplossen. Niet zozeer de mening, maar de argumentatiekracht van de student wordt beoordeeld (haalt de student objectieve argumenten aan, weet hij dit genuanceerd te doen, komt hij tot een kritische besluitvorming,…).

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

Een cursus Filosofie in het programma van een opleiding voor Maatschappelijk Assistenten in spe mag niet uitmonden in een academische kennisoverdracht. Het komt er niet op aan om van onze studenten filosofen te maken. De uitdaging bestaat erin om levens- en wereldbeschouwelijke inzichten bij te brengen en dito vaardigheden en attituden te bewerkstelligen. Enerzijds heeft deze missie een algemeen vormend karakter; anderzijds gaat het om deze basiscompetenties die noodzakelijk zijn in het sociaal-agogisch werk.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

Deel 1: situering van de discipline ‘filosofie’, de activiteit ‘zingeving en filosoferen’, het nut van het filosoferen voor de filosoof alsook voor de sociaal-agoog. Deel 2: denken, voelen, oordelen, handelen, willen, kiezen, kunnen, doen, verantwoordelijkheid, solidariteit versus egoïsme, privé versus publiek. De relatie tussen filosofie en hulpverlening. Deel 3: actuele wijsgerige en ethische vraagstukken. Deel 4: teksten i.v.m. zelfstudie en tekstanalyse.

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege42,00 uren
Leer- en evaluatietijd108,00 uren

Omschrijving Onderwijsorganisatie (tekst)

Hoorcolleges met ruimte voor vraagstelling, medewerking, eventuele discussie.

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment juniSchriftelijk examen100,00
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberSchriftelijk examen100,00

Omschrijving Begeleiding

na les na afspraak Tijdens de eerste en zevende les van de cursusreeks, wordt sterk stil gestaan bij de vakinhoudelijke begeleiding van de materie.

Bijkomende Kost

1.00

Volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.