Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Project 615873/873/1112/1/41
Studiegids

Project 6

15873/873/1112/1/41
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Gewicht: 3,00
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (EƩnmalig georganiseerd over het volledige academiejaar)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Docenten: Baeck Maria
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 2

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Modulegids: handleiding en bronnenboek

Omschrijving Begincompetenties

De student heeft reeds ervaring opgedaan in het samenwerken in onderwijsgroep of team. Hij kan een onderwijsgroep voorzitten, een verslag opmaken en actief deelnemen aan een groepsgesprek. De student is taalvaardig op mondeling en schriftelijk gebied en bezit de basisvaardigheden ICT, alsook webdesign. De student bezit kennis en inzichten op het vlak van breed observeren en evalueren, een aangenaam leer- en leefklimaat en actief leren. De student kan aspecten en thema’s van gelijke onderwijskansen toelichten en voorbeelden geven hoe dit na te streven. De student zit onderwijs als een recht. De student heeft reeds vele didactische stages achter de rug.

Omschrijving Eindcompetenties

ALGEMENE COMPETENTIES TEAMGERICHT WERKEN EN LEIDING GEVEN 1. Teamgericht kunnen werken 1.1 Werkt mee en informeert anderen 1.2 Helpt anderen en pleegt overleg, stimuleert de samenwerking binnen de groep 1.3 Een bijdrage leveren aan een gezamenlijk resultaat op niveau van een team, entiteit of de organisatie, ook wanneer dit niet onmiddellijk van persoonlijk belang is, Kan samenwerken met opdrachtgever en andere externe groepen en toont daarbij luistervaardig, empathie, assertiviteit en flexibiliteit. Weet om te gaan met conflictsituaties 2.3 Door attitudevorming lerenden op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden 4. Vermogen tot projectmatig werken 4.1 De student kan omgaan met afspraken en groepsrollen op zich nemen in een taakgestuurde omgeving, kan planmatig werken 4.2 De student kan een probleemgestuurde omgeving in groep vormgeven, vanuit een projectmatig stappenplan, stimuleert de projectmedewerkers tot het kunnen volbrengen van taken en het behalen van resultaten, neemt verantwoordelijkheid op voor leren binnen de projectorganisatie 4.3 De student kan zelfstandig en in groep, projecten uitwerken voor de beroepspraktijk, Naar aanleiding van een concrete opdracht van een werkgever in groep doelstellingen formuleren, een planning of een draaiboek kunnen opstellen en in samenwerking met andere betrokkenen uitvoering geven tot het bereiken van het vooropgesteld doel. 6. Kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende taken 6.1 Kan de rol van gespreksleider of voorzitter op zich nemen, en het groepsproces sturen, Geeft richting op het niveau van taken en de uitvoering daarvan 6.2 Kan een eigen realistische werkplanning opmaken en afwerken. Geeft richting op het niveau van processen en structuren 6.3 Het aansturen, ontwikkelen en motiveren van medewerkers zodat ze - voor eenvoudige opdrachten - hun doelstellingen en die van de organisatie en/of opdrachtgever op een correcte manier kunnen realiseren, zowel individueel als in teamverband, Geeft richting zowel via processen en structuren als via het bepalen en uitdragen van een visie ALGEMENE BEROEPSGERICHTE COMPETENTIES PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN EN HANDELEN 1. Denk- en redeneervaardigheid 1.1 Persoonlijke voorkennis aanwakkeren; nagaan wat van mij verlangd wordt, gestelde taak in eigen woorden formuleren 1.2 Aangeboden onderzoeksstrategieën gebruiken 1.3 Zelfstandig en in groep, leer, en aanpakstrategieën ontwikkelen, ziet de essentie van een probleem, legt verbanden en vindt oorzaken, formuleert hypothesen en formuleert eigen mening terwijl de consequenties hiervan worden ingezien. 2. Oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën 2.1 Werkt gericht en actief aan het oplossen van probleemsituaties, ook vanuit voorkennis 2.2 Formuleert uitdagende (maar haalbare) oplossingen voor probleemsituaties en zet zich ten volle in om deze te bereiken, Werkt resultaatgericht bij het toepassen van oplossingsstrategieën en draagt dit uit naar de eigen omgeving 2.3 Kan zelfstandig oplossingen uitdenken en uitwerken bij probleemsituaties uit de beroepspraktijk. 5. Creativiteit 5.1 Staat open voor nieuwigheden en is bereid daarover mee te denken 5.2 Kan met alternatieve ideeën en oplossingen voor de dag komen, Is vernieuwend en origineel in zijn/haar aanpak 5.3 Komt naar aanleiding van praktische problemen met originele of nieuwe ideeën en oplossingen. Vindt invalshoeken die afwijken van de gevestigde denkpatronen VERWERVEN EN VERWERKEN VAN INFORMATIE 2. Verwerven en verwerken van informatie 2.1 Vlot de nodige gegevens vinden in hoorcolleges, op internet, mediatheek, etc., om het eigen werk te organiseren en noodzakelijke informatie te vergaren, en hierover eigen mening beknopt kunnen formuleren 2.2 Informatie bekomen uit onderzoek verwerken i.f.v. onderzoeksvragen en hierbinnen verbanden en relaties kunnen aangeven 2.3 Zelfstandig en kritisch bronnen gebruiken, in functie van de beroepspraktijk efficiënt informatie kunnen opsporen vanuit de diversiteit van huidige beschikbare bronnen, verworven informatie adequaat verwerken en ter beschikking kunnen stellen van belanghebbenden in de beroepspraktijk COMMUNICEREN VAN INFO, IDEEËN, PROBLEMEN, OPLOSSINGEN,… 7. Vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en 7.1 Bewijs leveren van een goede taalvaardigheid, mondelinge redeneringen bondig en enthousiast weergeven, ICT-mogelijkheden benutten bij presentaties, Weet informatie, ideeën, problemen en oplossingen vlot en begrijpelijk te verwoorden. 7.2 ICT-mogelijkheden benutten op het web, informatie kunnen formuleren en presenteren voor een publiek en communicatie en interculturele interactie in twee richtingen kunne opbouwen, 7.3 In de beroepspraktijk op heldere wijze informatie, ideeën problemen en oplossingen communiceren langs de verschillende gangbare communicatiekanalen (mondeling en schriftelijk), Zich kunnen aanpassen aan verschillende ontvangers VERMOGEN TOT KRITISCHE REFLECTIE 3. Vermogen tot kritische reflectie 3.1 Consequenties formuleren bij het eigen functioneren (ook in groep) en de verworven leerinhouden 3.2 Verbanden leggen tussen datgene wat geleerd is, de persoonlijke ervaringen en het beroepsveld van de leraar 3.3 Is in staat op een eigen visie op onderwijs te formuleren en daarvan de consequenties in te schatten, inclusief het eigen professioneel handelen 8. Een ingesteldheid tot levenslang leren 8.1 Toont zich leer- en aanpassingsbereid met betrekking tot de eigen functie en situatie 8.2 Werkt zich in, in nieuwe materies die relevant zijn voor de eigen taak (b.v. nieuwe regelgeving, informaticatoepassingen, werkmethoden, …), Informeert zich over nieuwe evoluties met betrekking tot de eigen functie vakliteratuur, Past nieuwe richtlijnen, kennis, informatie en inzichten toe in de praktijk, Gaat na of/hoe nieuwe tendensen en ontwikkelingen in de eigen functie kunnen ingezet worden 8.3 Voortdurend verbeteren van het eigen functioneren en van de werking van een school, door de bereidheid om te leren en mee te groeien met veranderingen. 3. Het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk 3.1 Handelt correct en respectvol ten aanzien van zijn/haar omgeving en van de bestaande regels en afspraken 3.2 Brengt sociale en ethische normen in de praktijk, handelt integer in een veelheid aan situaties, ook in die waar geen eenduidige regelgeving voor bestaat 3.3 In praktijksituaties handelen vanuit de codes van sociale en ethische normen (diversiteit, interculturaliteit, rechtvaardigheid en pluralisme) en regels van gangbare (beroeps)deontologie. kan op verantwoordelijke wijze omgaan met praktijksituaties, medewerkers, werkgever in relatie tot de ruime maatschappelijk werkomgeving. BEROEPSSPECIFIEKE COMPETENTIES 2. De leraar als opvoeder 2.3 .3. 6. leraar als partner van de ouders 6.2 -6.3-6.4-6.5 7. leraar als lid van het schoolteam 7.1-7.2. 8. leraar als partner van externen 8.1. 9. leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1-9.2.. 10. leraar als cultuurparticipant 10.2 Het sociaal-economische domein.

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Buiten de examenwekenCollectief werkstuk30,00
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie20,00
Buiten de examenwekenPresentatie25,00
Buiten de examenwekenWerkstuk25,00

Omschrijving Begeleiding

De onderwijsgroepen worden begeleid door een coach.

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.