Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Wiskunde in de praktijk 2A15944/872/1112/1/76
Studiegids

Wiskunde in de praktijk 2A

15944/872/1112/1/76
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs - Lager Onderwijs, trajectschijf 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Gewicht: 3,00
Totale studietijd: 85,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (EƩnmalig georganiseerd, enkel in het eerste semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel is een resultaat van minder dan 10/20 niet tolereerbaar.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Verplicht vak
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Docenten: De Paepe Inge
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1

Gestructureerde registratie van Handboeken, Syllabi, Softwarepakketten ..

Syllabus
Wiskunde in de praktijk 2AVerplicht
  • Auteur: Inge De Paepe
  • Medium: Papier
  • Te koop via de verkoopdienst

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Leerplan wiskunde voor het basisonderwijs.
Eindtermen wiskunde voor het basisonderwijs.

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Aanbevolen

Tijdschrift volgens Bartjens

Omschrijving Begincompetenties

AC 1.1 Persoonlijke voorkennis aanwakkeren; nagaan wat van mij verlangd wordt, gestelde taak in eigen woorden formuleren
AC 1.2 Aangeboden onderzoeksstrategieën gebruiken
AC 2.1 Vlot de nodige gegevens vinden in hoorcolleges, op internet, mediatheek, etc., om het eigen werk te organiseren en noodzakelijke informatie te vergaren, en hierover eigen mening beknopt kunnen formuleren
AC 3.1 Consequenties formuleren bij het eigen functioneren (ook in groep) en de verworven leerinhouden
AC 3.2 Verbanden leggen tussen datgene wat geleerd is, de persoonlijke ervaringen en het beroepsveld van de leraar
AC 7.1 Bewijs leveren van een goede taalvaardigheid, mondelinge redeneringen bondig en enthousiast weergeven, ICT-mogelijkheden benutten bij presentaties, Weet informatie, ideeën, problemen en oplossingen vlot en begrijpelijk te verwoorden.
AC 8.1 Toont zich leer- en aanpassingsbereid met betrekking tot de eigen functie en situatie
ABC 1.1 Werkt mee en informeert anderen
ABC 2.1 Werkt gericht en actief aan het oplossen van probleemsituaties, ook vanuit voorkennis
BC 1.1 De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de groep achterhalen.
BC 1.2.1 doelstellingen kiezen op basis van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, ontwikkelings- en leerlijnen, een geselecteerd leerplan, het schoolwerkplan en het pedagogisch project;
BC 1.2.3 met het oog op het kiezen en formuleren van doelstellingen, leerlijnen in leerboeken en het leerplan in kwestie herkennen;
BC 1.2.6 doelstellingen concreet en operationeel formuleren;
BC 1.3.1 keuzes maken uit een gegeven aanbod, rekening houdend met de beginsituatie, de maatschappelijke relevantie, de beschikbare tijd en hulpmiddelen en met de kenmerken van het aanbod thuis;
BC 1.4.1 het onderwijsaanbod opdelen in leerstappen, thema's en projecten;
BC, 1.4.2 het verband leggen tussen leerstofonderdelen en tussen leergebieden, zowel horizontaal als verticaal; BC 1.5.1 aangepaste werkvormen kiezen en ze afstemmen op de doelstellingen
BC 1.5.3 multimedia functioneel gebruiken;
BC 1.6.1 informatie over leermiddelen vinden, raadplegen en kritisch beoordelen, rekening houdend met de specifieke behoeften en kenmerken van de doelgroep;
BC 1.7.3 ICT functioneel integreren bij het ontwerpen van een krachtige leeromgeving;
BC 2.1.4 zijn omgang met de leerlingen kritisch bevragen met het oog op een groeibevorderende relatie met elke leerling.
BC 2.6.4 zorg dragen voor het algemene welbevinden van de leerlingen.
BC 3.1.1 zijn eigen deskundigheid op inhoudelijk terrein bevorderen;
BC 3.2.1 flexibel gebruikmaken van domeinspecifieke kennis en vaardigheden in de pedagogisch-didactische aanpak.
BC 3.3.1 in het onderwijsaanbod horizontale en verticale verbanden onderkennen en die verbanden integreren in het eigen aanbod;
BC 3.3.2 het eigen aanbod situeren binnen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en binnen een leerplan.
BC 4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen.
BC 4.4.1 uitdagende en veilige speel-, leer- en werkvoorzieningen inrichten in een lokaal;
BC 5.3.1 de klaspraktijk vanuit reflectie op de eigen ervaringen bijsturen, onder meer door onder begeleiding eenvoudig praktijkgericht onderzoek uit te voeren.
A3 kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.
A4 leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.

Omschrijving Eindcompetenties

AC 2.3 Zelfstandig en kritisch bronnen gebruiken, in functie van de beroepspraktijk efficiënt informatie kunnen opsporen vanuit de diversiteit van huidige beschikbare bronnen, verworven informatie adequaat verwerken en ter beschikking kunnen stellen van belanghebbenden in de beroepspraktijk
AC 3.1 Consequenties formuleren bij het eigen functioneren (ook in groep) en de verworven leerinhouden
AC 3.2 Verbanden leggen tussen datgene wat geleerd is, de persoonlijke ervaringen en het beroepsveld van de leraar
AC 4.1 De student kan opgaan met afspraken en groepsrollen op zich nemen in een taakgestuurde omgeving, kan planmatig werken
AC 4.2 De student kan een probleemgestuurde omgeving in groep vormgeven, vanuit een projectmatig stappenplan, stimuleert de projectmedewerkers tot het kunnen volbrengen van taken en het behalen van resultaten, neemt verantwoordelijkheid op voor leren binnen de projectorganisatie
AC 5.1 Staat open voor nieuwigheden en is bereid daarover mee te denken
AC 5.2 Kan met alternatieve ideeën en oplossingen voor de dag komen, Is vernieuwend en origineel in zijn/haar aanpak
AC 7.1 Bewijs leveren van een goede taalvaardigheid, mondelinge redeneringen bondig en enthousiast weergeven, ICT-mogelijkheden benutten bij presentaties, Weet informatie, ideeën, problemen en oplossingen vlot en begrijpelijk te verwoorden.
AC 7.2 ICT-mogelijkheden benutten op het web, informatie kunnen formuleren en presenteren voor een publiek en communicatie en interculturele interactie in twee richtingen kunnen opbouwen,
AC 8.1 Toont zich leer- en aanpassingsbereid met betrekking tot de eigen functie en situatie
AC 8.2 Werkt zich in, in nieuwe materies die relevant zijn voor de eigen taak (b.v. nieuwe regelgeving, informaticatoepassingen, werkmethoden, …), Informeert zich over nieuwe evoluties met betrekking tot de eigen functie vakliteratuur, Past nieuwe richtlijnen, kennis, informatie en inzichten toe in de praktijk, Gaat na of/hoe nieuwe tendensen en ontwikkelingen in de eigen functie kunnen ingezet worden
ABC 1.1 Werkt mee en informeert anderen
ABC 1.2 Helpt anderen en pleegt overleg, stimuleert de samenwerking binnen de groep
ABC 2.2 Formuleert uitdagende (maar haalbare) oplossingen voor probleemsituaties en zet zich ten volle in om deze te bereiken, werkt resultaatgericht bij het toepassen van oplossingsstrategieën en draagt dit uit naar de eigen omgeving
ABC 2.3 Kan zelfstandig oplossingen uitdenken en uitwerken bij probleemsituaties uit de beroepspraktijk.
BC 1.2.1 doelstellingen kiezen op basis van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, ontwikkelings- en leerlijnen, een geselecteerd leerplan, het schoolwerkplan en het pedagogisch project;
BC 1.2.2 doelstellingen kiezen en formuleren, rekening houdend met de beginsituatie van de leerlingen en met de kenmerken en diversiteit van de groep;
BC 1.2.3 met het oog op het kiezen en formuleren van doelstellingen, leerlijnen in leerboeken en het leerplan in kwestie herkennen;
BC 1.2.4 waar er onderscheid is tussen basisdoelstellingen en uitbreiding, dat onderscheid motiveren op basis van de beginsituatie van de leerling, het leerplan in kwestie en het schoolwerkplan;
BC 1.2.6 doelstellingen concreet en operationeel formuleren;
BC 1.3.1 keuzes maken uit een gegeven aanbod, rekening houdend met de beginsituatie, de maatschappelijke relevantie, de beschikbare tijd en hulpmiddelen en met de kenmerken van het aanbod thuis;
BC 1.3.2 de inbreng van leerlingen omzetten in leerervaringen;
BC 1.4.1 het onderwijsaanbod opdelen in leerstappen, thema's en projecten;
BC 1.4.2 het verband leggen tussen leerstofonderdelen en tussen leergebieden, zowel horizontaal als verticaal; BC 1.4.3 leerinhouden en leerervaringen vertalen in een zinvol onderwijsaanbod dat aansluit bij de leefwereld en motivatie van de leerlingen, daarbij gebruikmakend van diversiteit, waaronder de sociale, culturele en talige diversiteit binnen de groep.
BC 1.5.1 aangepaste werkvormen kiezen en ze afstemmen op de doelstellingen
BC 1.5.2 gepaste groeperingsvormen kiezen;
BC 1.5.3 multimedia functioneel gebruiken;
BC 1.5.4 zijn aanpak differentiëren als dat nodig is.
BC 1.6.1 informatie over leermiddelen vinden, raadplegen en kritisch beoordelen, rekening houdend met de specifieke behoeften en kenmerken van de doelgroep;
BC 1.6.2 indien nodig de leermiddelen aanpassen.
BC 1.7.1 rekening houdend met de beginsituatie, en afhankelijk van de belangstelling en het verwerkingsniveau van de leerlingen, motiverende leeromgevingen ontwerpen die een reële kans op betrokkenheid en succesbeleving inhouden;
BC 1.7.2 leeromgevingen ontwerpen die de mogelijkheid tot allerlei vormen van interactie bieden;
BC 1.7.3 ICT functioneel integreren bij het ontwerpen van een krachtige leeromgeving;
BC 1.7.4 de leerinhouden inbedden in authentieke situaties, die voor de betrokken leerlingen betekenisvol zijn én die representatief zijn voor nieuwe contexten waarin kennis en vaardigheden kunnen worden toegepast;
BC 1.7.5 adequaat inspelen op wat zich voordoet in de feitelijke leeromgeving, en hij kan werken met de inbreng van de leerlingen;
BC 1.7.6 het actief ontdekken en actief verwerken van leerinhouden bevorderen, onder meer door een beroep te doen op het probleemoplossende vermogen van de leerlingen;
BC 1.8.1 individueel en in overleg doelstellingvalide vragen, taken en opdrachten in diverse vormen kiezen en opstellen;
BC 1.9.3 prestaties correct en objectief interpreteren en beoordelen;
BC 1.9.6 met de hulp van collega’s adviezen en activiteiten voor bijsturing en differentiatie voorstellen en ze zelf uitvoeren;
BC 1.11.3 vragen, opdrachten, evaluaties en feedback mondeling, indien nodig ondersteund met visuele of andere hulpmiddelen helder formuleren en herformuleren;
BC 1.11.4 vragen, opdrachten, evaluaties en feedback schriftelijk helder formuleren indien nodig met visuele of andere ondersteuning;
BC 1.12.1 in het kader van het zorgbeleid en de handelingsplanning het onderwijsleerproces aanpassen aan de specifieke behoeften en de mogelijkheden van de leerlingen door in te spelen op de verschillen tussen  leerlingen, het verstrekken van aangepaste en individuele leerhulp, het aanreiken van hulpmiddelen om een doel te bereiken en leerdoelen die een belangrijke hinderpaal vormen te vervangen door haalbare of specifieke doelen;
BC 1.12.2 rekening houden met de sociaal-culturele en talige achtergrond van leerlingen waaronder de grootstedelijke context.
BC 2.1.4 zijn omgang met de leerlingen kritisch bevragen met het oog op een groeibevorderende relatie met elke leerling.
BC 2.4.1 de vormingsinhouden koppelen aan maatschappelijke gebeurtenissen en tendensen;
BC 2.4.2 leerlingen kritisch en zinvol leren omgaan met informatie van en beïnvloeding door de media.
BC 2.6.4 zorg dragen voor het algemene welbevinden van de leerlingen.
BC 3.1 De leerkracht beheerst de basiskennis van de leerinhouden, waaronder ten minste de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, en hij kan recente ontwikkelingen over inhouden en vaardigheden uit de leergebieden Frans, Lichamelijke Opvoeding, Muzische Vorming, Nederlands, Wereldoriëntatie en Wiskunde en de leergebiedoverschrijdende thema’s Leren Leren, Sociale Vaardigheden en Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) volgen.
BC 3.2.1 flexibel gebruikmaken van domeinspecifieke kennis en vaardigheden in de pedagogisch-didactische aanpak.
BC 3.3.2 het eigen aanbod situeren binnen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en binnen een leerplan.
BC 4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen.
BC 4.2.2 een timing respecteren en die indien nodig aanpassen;
BC 4.4.1 uitdagende en veilige speel-, leer- en werkvoorzieningen inrichten in een lokaal;
BC 5.3.1 de klaspraktijk vanuit reflectie op de eigen ervaringen bijsturen, onder meer door onder begeleiding eenvoudig praktijkgericht onderzoek uit te voeren.
A3 kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.
A4 leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.
A8 flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures.

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

- Ontwikkelingen van vakdidactische vaardigheden.
- Ontwikkelen van creativiteit binnen wiskunde.
- Leren om wiskundelessen op te bouwen zonder vast te hangen aan de aangeboden wiskundemethodes.
- Leren om de leerinhouden te situeren binnen de eindtermen.
- Leren om een wiskundeles gestructureerd op te bouwen.
- Leren om te differentiëren.
- Leren om de beginsituatie grondig te achterhalen.
- Leren om wiskundelessen op te bouwen binnen de ervaringswereld van de kinderen.
- Leren om opdrachten op een duidelijke manier te formuleren.
- Leren om correct te evalueren en fouten te interpreteren met het oog op differentiatie.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

De cursus wiskunde in de praktijk 2A bevat een meer grondige uitwerking van de pedagogische en vakdidactische aspecten van de wiskunde in het basisonderwijs. In deze cursus zullen we de didactiek binnen de eerste en tweede graad van het basisonderwijs verder uitdiepen.
Er wordt verwacht van de student dat hij de leerstof wiskunde van het basisonderwijs perfect blijft beheersen.

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege12,00 uren
Practicum/ Atelier/ Studio - PrAtSt4,00 uren
Werkcollege12,00 uren
Zelfstudie & zelfstandig werk57,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment januariSchriftelijk en Mondeling examen100,00Zelfstandige taak vormt een deel van het examen van eerste zittijd. Voor deze taak is geen tweede zittijd mogelijk tenzij anders beslist door de examencommissie
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberSchriftelijk en Mondeling examen100,00

Omschrijving Begeleiding

Na de les, na afspraak of via mail.

Bijkomende Kost

0.75

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.