Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Informatica 3: Programmeren Gevorderden Deel 2 - Pascal15900/873/1112/1/94
Studiegids

Informatica 3: Programmeren Gevorderden Deel 2 - Pascal

15900/873/1112/1/94
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 3
    Keuzeoptie:
    • informatica
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Gewicht: 3,00
Totale studietijd: 75,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (Eénmalig georganiseerd, enkel in het eerste semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel is een resultaat van minder dan 10/20 niet tolereerbaar.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Verplicht vak
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Docenten: Claes Steven
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Cursus Programmeren Gevorderden Deel 2 Pascal

Omschrijving Begincompetenties

Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs
Functioneel geheel 1: De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
1.1 De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen.
1.2 De leerkracht kan doelstellingen kiezen en formuleren.
1.3 De leerkracht kan de leerinhouden en leerervaringen selecteren.
1.8 De leerkracht kan observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team.
1.10 De leerkracht kan in overleg met collega’s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de
totaalbenadering van de school.
1.11 De leerkracht kan het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden
met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen.
1.12 De leerkracht kan omgaan met de diversiteit van de leergroep.
Functioneel geheel 2: De leraar als opvoeder
2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school.
2.2 De leerkracht kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen.
2.4 De leerkracht kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context.
Functioneel geheel 3: De leraar als inhoudelijk expert
3.1 De leerkracht beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen.
3.2 De leerkracht kan de verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden.
Functioneel geheel 4: De leraar als organisator
4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen.
4.3 De leerkracht kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren.
Functioneel geheel 5: De leraar als innovator - de leraar als onderzoeker
5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen.
Functioneel geheel 7: De leraar als lid van een schoolteam
7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam.
7.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam.
Attitudes
A1 beslissingsvermogen:
durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de
verantwoordelijkheid voor dragen.
A2 relationele gerichtheid:
in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.
A3 kritische ingesteldheid:
bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit,
de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.
A4 leergierigheid:
actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.
A5 organisatievermogen:
erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan
worden.
A7 verantwoordelijkheidszin:
zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te
bevorderen.

Omschrijving Eindcompetenties

Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs
Functioneel geheel 1: De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
1.4 De leerkracht kan de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten.
1.5 De leerkracht kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen.
1.6 De leerkracht kan individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen.
1.7 De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep.
1.9 De leerkracht kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie.
1.13 De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten vanuit een vakoverschrijdende invalshoek.
Functioneel geheel 2: De leraar als opvoeder
2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden.
2.5 De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden
2.6 De leerkracht kan het fysieke en geestelijke welzijn van de leerlingen bevorderen.
2.7 De leerkracht kan strategieën inzetten om te communiceren met anderstalige leerlingen.
Functioneel geheel 3: De leraar als inhoudelijk expert
3.3 De leerkracht kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de
begeleiding en oriëntering van de leerlingen.
Functioneel geheel 4: De leraar als organisator
4.2 De leerkracht kan een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning
4.4 De leerkracht kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen.
Functioneel geheel 5: De leraar als innovator - de leraar als onderzoeker
5.1 De leerkracht kan vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen.
5.2 De leerkracht kan kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk.
Functioneel geheel 7: De leraar als lid van een schoolteam
7.2 De leerkracht kan binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven.
7.3 De leerkracht kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken.
7.4 De leerkracht kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen.
Functioneel geheel 10: De leraar als cultuurparticipant
10.1 De leerkracht kan actuele maatschappelijke thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende
domeinen:
- het sociaal-politieke domein;
- het sociaal-economische domein;
- het levensbeschouwelijke domein;
- het cultureel-esthetische domein;
- het cultureel-wetenschappelijke domein.
Attitudes
A1 beslissingsvermogen:
durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de
verantwoordelijkheid voor dragen.
A2 relationele gerichtheid:
in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.
A3 kritische ingesteldheid:
bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit,
de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.
A4 leergierigheid:
actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.
A5 organisatievermogen:
erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan
worden.
A6 zin voor samenwerking:
bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken.
A7 verantwoordelijkheidszin:
zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te
bevorderen.
A8 flexibiliteit:
bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

- De student verwerft inzicht de grondslagen van het informatica-denken en in de verschillende redeneervormen. Hij leert deze toe te
passen binnen vakinhoudelijke contexten.
- Hij verwerft voldoende basiskennis informatica om deze te kunnen onderwijzen, maar leert deze kennis ook te plaatsen t.o.v de
doelstellingen die op langere termijn dienen nagestreefd te worden.
- De student leert de mogelijkheden van ICT en de integratie ervan binnen het informatica-onderwijs te onderzoeken. Hij ontwikkelt
een vaardigheid in het hanteren van bepaalde software en hardware.
- De student leert dat informatica kan gekoppeld worden aan reële situaties.
- De student ontdekt dat ‘leren leren’ binnen informatica vraagt om een geïntegreerde aanpak..
- De student leert om algemene didactische principes (beginsituatie, instap, vraagstelling, werkvormen, feedback, ....) te vertalen
binnen de informatica-wereld.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

Pascal Gevorderden
Vakdidactiek

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege15,00 uren
Werkcollege15,00 uren
Leer- en evaluatietijd23,00 uren
Begeleide zelfstudie & zelfstandig werk22,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment januariSchriftelijk en Mondeling examen60,00De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel.
Buiten de examenwekenWerkstuk30,00De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel.
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberSchriftelijk en Mondeling examen60,00De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel.
Buiten de examenwekenWerkstuk30,00De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel.
Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie10,00De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel.

Omschrijving Begeleiding

op afspraak en/of tijdens lesmomenten

Bijkomende Kost

0.75

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.