Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Stage en reflectie14162/873/1112/14183/94
Studiegids

Stage en reflectie

14162/873/1112/14183/94
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 3
    Keuzeoptie:
    • geschiedenis
Dit is een deel van het opleidingsonderdeel Geschiedenis 3: Didactische praktijk (did labo, stage, reflectie).
Studieomvang: 5 studiepunten
Gewicht: 5,00
Totale studietijd: 150,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (Eénmalig georganiseerd over het volledige academiejaar)
Dit deel van het opleidingsonderdeel 'Geschiedenis 3: Didactische praktijk (did labo, stage, reflectie)' wordt gequoteerd op 20 (tot op een honderdste).
Tweede examenkans: 
niet mogelijk.
Aard: Verplicht vak
Docenten: De Saveur Dries, Van Hoof Yves
Onderwijstalen: Nederlands

Omschrijving Begincompetenties

Eindcompetenties "stage en reflectie" / "vakdidactiek" 2e deeltraject.

Omschrijving Eindcompetenties

De leerkracht kan:

1.1.1 in overleg met teamleden of externen bij de leerlingengroep kenmerken achterhalen die een invloed hebben op de kwaliteit van leren en onderwijzen;

1.1.2 met de hulp van collega’s de heterogeniteit en de diversiteit van de leergroep onderkennen.

1.2.1 doelstellingen kiezen op basis van het leerplan/schoolwerkplan waarin de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vervat zijn, en het pedagogisch project;

1.2.2 doelstellingen kiezen en formuleren, rekening houdend met de beginsituatie van de leerlingen en met de kenmerken en de diversiteit van de groep;

1.2.3 doelstellingen differentiëren afhankelijk van vastgestelde verschillen en/of op basis van beschikbare documenten;

1.2.4 doelstellingen concreet en operationeel formuleren;

1.3.1 keuzes maken uit een gegeven aanbod, rekening houdend met de criteria van de beginsituatie, de maatschappelijke relevantie, de beschikbare tijd en hulpmiddelen in het belang van de opbouw van het vakgebied;

1.3.2 de inbreng van leerlingen omzetten in leerervaringen;

1.4.1 de leerinhouden vertalen in opdrachten die aansluiten bij de leefwereld, de talige diversiteit, de motivatie en de capaciteiten van de leerlingen;

1.4.2 naargelang van het geval, de leerinhouden opdelen in deelleerstappen, gedifferentieerde opdrachten, thema's en projecten, en modules, al dan niet vakoverschrijdend;

1.4.4 leerinhouden situeren in het geheel van het aanbod van het betreffende vak (verticale samenhang).

1.5.1 strategieën, multimediale leeromgevingen en aangepaste werkvormen kiezen die afgestemd zijn op de doelstellingen;

1.5.2 gepaste groeperingsvormen kiezen, een aangepaste ruimte creëren en een goede timing bepalen;

1.5.3 de aanpak differentiëren waar dat nodig is.

1.7.1 motiverende leeromgevingen tot stand brengen, die aangepast zijn aan de belangstelling en het verwerkingsniveau van de leerlingen;

1.7.2 leerinhouden inbedden in authentieke, reële situaties die voor de leerlingen betekenisvol zijn;

1.7.3 ICT functioneel integreren bij het ontwerpen van een krachtige leeromgeving;

1.7.4 leerlingen in de gelegenheid stellen om leerinhouden actief te ontdekken en te verwerken;

1.7.5 de leerlingen leren reflecteren over hun leerproces;

1.7.6 samenwerkend leren bevorderen;

1.8.1 individueel en in overleg doelstellingvalide, gedifferentieerde en aangepaste vragen, taken en opdrachten onder diverse vormen kiezen en eventueel opstellen;

1.11.2 teksten beoordelen en schriftelijk en mondeling toegankelijk maken door ze te bewerken op het vlak van taal en door een aangepaste didactiek;

1.11.3 vragen, opdrachten, evaluatie en feedback mondeling, indien nodig met visuele of andere ondersteuning helder formuleren en herformuleren;

1.11.5 een heldere uiteenzetting geven, met integratie van schriftelijke of andere ondersteuning, en alles, indien nodig, flexibel aanpassen;

1.11.7 constructief reageren op het taalgebruik van de leerling.

1.12.2 rekening houden met de sociaal-culturele achtergrond van leerlingen waaronder de grootstedelijke context.

1.13.4 eigen vakinhouden met elementen uit andere disciplines verbinden.

2.1.1 een positieve interactie met de klasgroep opbouwen en een positieve relatie tussen de leerlingen stimuleren;

2.1.2 over de omgang met de leerlingen en de interactie in de klas reflecteren;

2.1.3 optreden met respect voor eigenheid en diversiteit en tevens discreet omgaan met gevoelens van leerlingen;

2.1.4 grenzen stellen als de positieve interactie in het gedrang komt.

2.2.1 de diversiteit binnen de leerlingengroep en binnen de samenleving bespreekbaar maken;

2.2.2 leerlingen leren omgaan met diversiteit;

2.2.3 de leerlingen ondersteunen bij het nemen van verantwoordelijkheid.

2.4.1 maatschappelijke gebeurtenissen aan de leerinhouden koppelen;

2.4.2 leerlingen kritisch en zinvol leren omgaan met informatie van en beïnvloeding door de media.

3.1.1 hiaten in de eigen vakdeskundigheid detecteren en aanvullen, en de verworven deskundigheid actualiseren, uitbreiden en verdiepen.



3.2.1 flexibel gebruikmaken van domeinspecifieke kennis en vaardigheden in de pedagogisch-didactische aanpak.

3.3.1 horizontale en verticale verbanden leggen tussen inhouden uit het eigen vakgebied, en tussen die inhouden en de inhouden uit verwante vakgebieden en vakoverschrijdende domeinen;

3.3.2 het eigen aanbod situeren binnen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, en binnen een leerplan.

4.1.1 vaardigheden en aanpakwijzen van goed klasmanagement hanteren.

4.2.1 voor de leerlingen gelijktijdige of opeenvolgende activiteiten vlot en soepel laten verlopen;

4.2.2 een timing respecteren en die, indien nodig, aanpassen;

5.1.1 vernieuwende inzichten uit de opleiding in zijn onderwijspraktijk aanwenden;

7.1.1 zijn opdracht realiseren in samenwerking met de leden van het schoolteam en rekening houdend met de schoolcultuur en -organisatie;


A1 beslissingsvermogen:

A2 relationele gerichtheid:  

A3 kritische ingesteldheid:

A4 leergierigheid:

A5 organisatievermogen:

A6 zin voor samenwerking:

A7 verantwoordelijkheidszin:

A8 flexibiliteit:

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

- De student gebruikt het leerplan op een correcte manier bij het maken van de stagelessen.

- De student streeft naar het gebruik van een probleemstellende titel en/of een aandachtstrekkende instap.

- De student kan algemene didactische principes (doelstellingen, beginsituatie, instap, vraagstelling, werkvormen, feedback, ....) vertalen, zowel in lesvoorbereidingen als in het lesgeven.

- De student kan bronnen kritisch gebruiken om leerinhouden te selecteren.

- De student maakt gebruik van activerende werkvormen.

- De student selecteert en gebruikt verschillende leermiddelen / media op een adequate manier.

- de student houdt rekening met de opmerkingen en bemerkingen van de mentor / lector.

- De student gebruikt een correcte taal.

- De student respecteert de met de mentor / lector / stagebegeleider gemaakte afspraken.

- De student kan de actualiteit in hun lessen integreren.

- De student kan de verschillende leermiddelen bruikbaar voor de lessen geschiedenis functioneel hanteren in hun lessen.

-  De student kan historische onderwerpen en items koppelen aan de leefwereld van de kinderen.

- De student kan reflecteren over zijn/haar eigen functioneren als leerkracht.

- De student past zijn/haar didactisch handelen aan na reflectie.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

Stage geschiedenis.
-
Stagelessen in de eerste graad en tweede graad ASO of TSO-onderwijs: 8u per
stageweek. In totaal zijn er 4 stageweken.

- Stagemap met reflectie

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Leer- en evaluatietijd118,00 uren
Stage32,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie100,00"De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel." Zoals vermeld in het stagevademecum kan de opleiding beslissen om een student niet op stage te laten vertrekken omwille van onder meer volgende redenen: niet naleven van de afspraken (lesvoorbereidingen, stagerooster, ...), onvoldoende kennis van het Nederlands (zie begincompetentie) en/of onvoldoende vakinhoudelijke kennis. De student zal dan onmiddellijk worden geschorst en worden uitgenodigd voor een gesprek in bijzijn van de ombudsvrouw.

Omschrijving Begeleiding

- Op afspraak.

- Voor, na of gedurende de lesmomenten.

- Via e-mail.
De student stuurt volgens afspraak zijn
lesvoorbereidingen door. Op minimaal één van zijn lesvoorbereidingen krijgt de
student feedback van de lector alvorens de les zelf wordt gegeven.
Tevens is er een feedbackgesprek voorzien waarop elke student zijn
lesvoorbereidingen met de lector moet bespreken. Deze gesprekken vinden plaats
in de week "voorbereiding stage". Daarnaast kan elke student
bijkomend   een afspraak maken met de lector.



Elke student wordt minimaal 1 keer bezocht door de lector tijdens één van zijn
stagelessen.



Daarnaast geniet de student begeleiding van zijn mentor.

Bijkomende Kost

1.25