Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Engels 3: Inhoudelijk bad14173/873/1112/1/81
Studiegids

Engels 3: Inhoudelijk bad

14173/873/1112/1/81
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 3
    Keuzeoptie:
    • Engels
    Keuzepakket:
    • Inhoudelijk Bad SO3
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Gewicht: 3,00
Totale studietijd: 75,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 15.03.2012 (EƩnmalig georganiseerd, enkel in het tweede semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: niet mogelijk.
Tolereerbaarheid: Dit opleidingsonderdeel komt in aanmerking voor tolerantie onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Keuze-onderdeel
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • creditcontract.
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Docenten: Vanduffel Peter
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Engels
Kalender: Semester 2

Gestructureerde registratie van Handboeken, Syllabi, Softwarepakketten ..

Syllabus
Mathlish CompanionVerplicht
  • Auteur: Anne Schatteman - Peter Vanduffel
  • Medium: Papier
  • Te koop via de verkoopdienst

Omschrijving Begincompetenties

cf English section

Omschrijving Eindcompetenties

Studenten ontwikkelen/werken aan de ontwikkeling van de volgende basiscompetenties:

1.3 De leerkracht kan de leerinhouden en leerervaringen selecteren.
De leerkracht kan:
1.3.1 keuzes maken uit een gegeven aanbod, rekening houdend met de criteria van de beginsituatie, de maatschappelijke relevantie, de beschikbare tijd en hulpmiddelen in het belang van de opbouw van het vakgebied;
1.3.2 de inbreng van leerlingen omzetten in leerervaringen;
1.3.3 voor leerlingen met specifieke behoeften, in het kader van het leerzorgbeleid en de handelingsplanning, leerinhouden en -ervaringen afstemmen op het realiseren van de vooropgestelde doelen door te differentiëren, remediëren, compenseren en dispenseren.
1.4 De leerkracht kan de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten.
De leerkracht kan:
1.4.1 de leerinhouden vertalen in opdrachten die aansluiten bij de leefwereld, de talige diversiteit, de motivatie en de capaciteiten van de leerlingen;
1.4.2 naargelang van het geval, de leerinhouden opdelen in deelleerstappen, gedifferentieerde opdrachten, thema's en projecten, en modules, al dan niet vakoverschrijdend;
1.4.3 in samenspraak met collega’s verbanden aangeven tussen leerinhouden uit het eigen vakgebied en verwante vakgebieden (horizontale samenhang);
1.4.4 leerinhouden situeren in het geheel van het aanbod van het betreffende vak (verticale samenhang).
1.5 De leerkracht kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen.
De leerkracht kan:
1.5.1 strategieën, multimediale leeromgevingen en aangepaste werkvormen kiezen die afgestemd zijn op de doelstellingen;
1.5.2 gepaste groeperingsvormen kiezen, een aangepaste ruimte creëren en een goede timing bepalen;
1.5.3 de aanpak differentiëren waar dat nodig is.
1.6 De leerkracht kan individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen.
De leerkracht kan:
1.6.1 leermiddelen kiezen en aanpassen, en hierover, indien nodig, overleg plegen met de vakgroep en het schoolteam;
1.6.2 indien nodig de leermiddelen met de hulp van collega’s aanpassen aan de doelgroep en de omstandigheden.
1.7 De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep.
De leerkracht kan:
1.7.1 motiverende leeromgevingen tot stand brengen, die aangepast zijn aan de belangstelling en het verwerkingsniveau van de leerlingen;
1.7.2 leerinhouden inbedden in authentieke, reële situaties die voor de leerlingen betekenisvol zijn;
1.7.3 ICT functioneel integreren bij het ontwerpen van een krachtige leeromgeving;
1.7.4 leerlingen in de gelegenheid stellen om leerinhouden actief te ontdekken en te verwerken;
1.7.5 de leerlingen leren reflecteren over hun leerproces;
1.7.6 samenwerkend leren bevorderen;
1.7.7 met ondersteuning van het team, leerling-stagiairs op een zinvolle en discrete manier begeleiden tijdens organisatie- en bedrijfsstages;
1.7.8 bij de terugkoppeling van stage-ervaringen naar de lesactiviteit, de stage-ervaringen van de leerlingen duiden en plaatsen in een ruimer opleidings- en vormingsprofiel.
1.8 De leerkracht kan observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team.
De leerkracht kan:
1.8.1 individueel en in overleg doelstellingvalide, gedifferentieerde en aangepaste vragen, taken en opdrachten onder diverse vormen kiezen en eventueel opstellen;
1.8.2 in overleg met collega's observatie-instrumenten kiezen;
1.8.3 de betekenis en plaats van evaluatievormen in het leerproces bepalen;
1.8.4 met ondersteuning beoordelingscriteria bepalen om de vorderingen van de leerling te beoordelen.
2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school.
De leerkracht kan:
2.1.1 een positieve interactie met de klasgroep opbouwen en een positieve relatie tussen de leerlingen stimuleren;
2.1.2 over de omgang met de leerlingen en de interactie in de klas reflecteren;
2.1.3 optreden met respect voor eigenheid en diversiteit en tevens discreet omgaan met gevoelens van leerlingen;
2.1.4 grenzen stellen als de positieve interactie in het gedrang komt.
2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden.
De leerkracht kan:
2.3.1 bijdragen aan attitudevorming door het leren toepassen van omgangsconventies;
2.3.2 reflecteren over het eigen waardepatroon en dat van anderen duiden;
2.3.3 in de klascontext waarden ontwikkelen en bespreekbaar maken en in een schoolcontext bewust waarden voorleven;
2.3.4 de gerichtheid op participatie stimuleren.
2.6 De leerkracht kan het fysieke en geestelijke welzijn van de leerlingen bevorderen.
De leerkracht kan:
2.6.1 aandacht opbrengen voor het bevorderen van de gezondheid van leerlingen en hij kan de fysieke ontplooiing en het bewustzijn dat gezondheid en veiligheid belangrijke waarden zijn, stimuleren;
2.6.2 dringende verzorgingstaken uitvoeren en indien nodig hulp inroepen;
2.6.3 gepast omgaan met kinderen met gezondheidsproblemen of fysieke beperkingen;
2.6.4 zorg dragen voor het algemene welbevinden van de leerlingen.
2.7 De leerkracht kan strategieën inzetten om te communiceren met anderstalige leerlingen.

3.1 De leerkracht beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen.
De leerkracht kan:
3.1.1 hiaten in de eigen vakdeskundigheid detecteren en aanvullen, en de verworven deskundigheid actualiseren, uitbreiden en verdiepen.
3.2 De leerkracht kan de verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden.
De leerkracht kan:
3.2.1 flexibel gebruikmaken van domeinspecifieke kennis en vaardigheden in de pedagogisch-didactische aanpak.
3.3 De leerkracht kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen.
De leerkracht kan:
3.3.1 horizontale en verticale verbanden leggen tussen inhouden uit het eigen vakgebied, en tussen die inhouden en de inhouden uit verwante vakgebieden en vakoverschrijdende domeinen;
3.3.2 het eigen aanbod situeren binnen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, en binnen een leerplan.
4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen.4.2 De leerkracht kan een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen.
De leerkracht kan:
4.2.1 voor de leerlingen gelijktijdige of opeenvolgende activiteiten vlot en soepel laten verlopen;
4.2.2 een timing respecteren en die, indien nodig, aanpassen;
4.2.3 de eigen taken op korte en langere termijn plannen.
4.4 De leerkracht kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen.
De leerkracht kan:
4.4.1 uitdagende en veilige speel-, leer- en werkvoorzieningen inrichten;
4.4.2 een klas aangepast, aangenaam en functioneel inrichten.
5.1 De leerkracht kan vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen.

5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen.

7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam.

7.2 De leerkracht kan binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven.

7.3 De leerkracht kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken.
De leerkracht kan:
7.3.1 in dialoog met collega's en de schoolleiding reflecteren over het eigen pedagogisch en didactisch handelen;
7.3.2 feedback integreren in het eigen handelen.
10.1 De leerkracht kan actuele maatschappelijke thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen:
  • het sociaal-politieke domein;
  • het sociaal-economische domein;
  • het levensbeschouwelijke domein;
  • het cultureel-esthetische domein;
  • het cultureel-wetenschappelijke domein.

Attitudes

A1 beslissingsvermogen:
durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor dragen.

A2 relationele gerichtheid:
in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.

A3 kritische ingesteldheid:
bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.

A4 leergierigheid:
actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.

A5 organisatievermogen:
erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden.

A6 zin voor samenwerking:
bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken.

A7 verantwoordelijkheidszin:
zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te bevorderen.

A8 flexibiliteit:
bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

cf English section

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Projectwerk75,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment juniPermanente evaluatie100,00

Bijkomende Kost

345.75

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.