- DE LERAAR ALS BEGELEIDER VAN LEER-EN ONTWIKKELINGSPROCESSEN
De beginsituatie van de lerenden en de groep achterhalen
Een globale inschatting maken van leerlingen uit het BAO/ kleuteronderwijs aan de hand van cursus (PM) en van het leerplan. Begeleid verwerken van aangereikte informatiebronnen zoals gerichte vragenlijst tijdens observatiestage.
Doelstellingen kiezen en formuleren.
Vanuit een lesonderwerp komen tot leerplandoelstellingen BAO en deze verder concretiseren naar lesdoelen. Vanuit het vakconcept LO motorische, cognitieve en dynamisch affectieve lesdoelen formuleren. Onder begeleiding leerdoelen aan leerstof verbinden.
De leerinhouden of leerervaringen selecteren.
Variaties aanbrengen op leerinhouden van aangereikte en geobserveerde demolessen en voorbeeldlessen BAO in functie van beginsituatie. Aanpassingen aanbrengen op gegeven leerinhouden in functie van moeilijkheidsgraad en beginsituatie.
De leerinhouden of leerervaringen structureren en vertalen in een samenhangend onderwijsaanbod Leerinhouden besproken tijdens het VOP structureren in een lesschema in met aandacht voor evaringsgericht leren.
Een aangepaste methodische aanpak en groeperingsvormen bepalen.
Variëren in het gebruik van aanbiedingsvormen in het BAO in functie van leerdoelen en beginsituatie. Demolessen gebruiken als voorbeelden om eigen variaties uit te werken.
Een adequate leeromgeving creëren met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep.
Tijdens observaties van LO -lesactiviteit in het BAO leerrendement, welbevinden, betrokkenheid en actief leren als invalshoeken hanteren.
Observatie of evaluatie voorbereiden
In de lesvoorbereiding observatiemomenten voorzien en hierbij de noodzakelijke aandachtspunten vastleggen. In de lesvoorbereiding op het einde van de kern een observatiemoment voorzien in verband met de vooropgestelde lesdoelen en de daaraan verbonden aandachtspunten.
Observeren of het proces en product evalueren.
Bij de lesrealisatie oog hebben voor de geplande aandachtspunten en hierop zowel klassikaal als individueel inspelen. Op het einde van de leskern aandachtspunten verbonden aan lesdoelen observeren en nagaan in welke mate de lesdoelen bereikt werden.
Omgaan met de diversiteit van de groep
Tijdens de observatiestage de diversiteit van de groep omschrijven op fysiek, motorisch en taalkundig vlak. Tijdens de eigen stage met deze observaties, de adviezen van mentor en lector rekening houden.
Het leer- en ontwikkelingsproces begeleiden in het Standaardnederlands.
- DE LERAAR ALS ORGANISATOR
Een gestructureerd werkklimaat bevorderen.
Vertoont de nodige managementvaardigheden om de les LO georganiseerd, rendementsvol en veilig te laten verlopen.
Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, dat past in een korte- en langetermijnplanning.
Bij de lesrealisatie een globale tijdsindeling maken en respecteren
Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren
Stagedossier, evaluatiedossier, reflecties, volgens afspraak samenstellen en voorleggen
Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de lerenden Een uitdagende en veilige organisatie voorbereiden en realiseren in functie van BAO.
Samen met het team een positief leefklimaat creëren voor de lerenden in klasverband en op school. Gebruik maken van interactieprocessen, van diverse feedback - vormen om leerlingen aan te moedigen en te ondersteunen. Luisterbereid zijn t.a.v. leerlingen en respect tonen, ongeacht de achtergrond van deze leerling.
De fysieke en geestelijke gezondheid van de lerenden bevorderen.
Bij elke lesactiviteit LO verantwoorde motorische vaardigheden aanbieden in functie van de psychomotorische en fysiomorfologische ontwikkeling bij kleuters en lagerschoolkinderen.
Mondeling opdrachten geven
Kan leerlingengroepen (kleuters en lagere school) sturen, begeleiden en motiveren met aandacht voor non-verbale en verbale communicatieve vaardigheden en aanbiedingsvormen aangepast aan de leeftijd.
RELATIONELE GERICHTHEID:
Handelt correct en respectvol ten aanzien van zijn/haar omgeving zoals stageschool, directie, mentor, medestudent. Respecteert bestaande regels en gemaakte afspraken
KRITISCHE INGESTELDHEID:
Ziet in dat de door de lectoren en mentoren aangegeven werkpunten na een stageperiode als nog te vervullen competenties over eigen functionering als lesgever, ontwikkeld dienen te worden. Is bereid om op basis van deze werkpunten het eigen functioneren in vraag te stellen en op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen. Weet via eigen reflectieverslag sterke en zwakke punten aan te geven.
LEERGIERIGHEID:
Toont zich leer- en aanpassingsbereid met betrekking tot het eigen functioneren tijdens de Didactisch labo en stage, alsook in aanverwante situaties.
ORGANISATIEVERMOGEN
VERANTWOORDERLIJKHEIDSZIN:
Kan omgaan met afspraken met betrekking tot de praktische organisatie van stagevoorbereiding en stagerealisatie.