Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Vakdidactiek13985/873/1112/14255/46
Studiegids

Vakdidactiek

13985/873/1112/14255/46
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • economie
Dit is een deel van het opleidingsonderdeel Economie 1: Didactische praktijk (did. labo, vakdidactiek, stage, reflectie).
Studieomvang: 1 studiepunt
Gewicht: 1,00
Totale studietijd: 30,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (Eénmalig georganiseerd over het volledige academiejaar)
Dit deel van het opleidingsonderdeel 'Economie 1: Didactische praktijk (did. labo, vakdidactiek, stage, reflectie)' wordt gequoteerd op 20 (tot op een honderdste).
Tweede examenkans: 
  • wel mogelijk.
  • indien in eerste examenkans niet geslaagd voor opleidingsonderdeel 'Economie 1: Didactische praktijk (did. labo, vakdidactiek, stage, reflectie)', moet dit deel enkel herkanst worden indien niet geslaagd.
Aard: Verplicht vak
Docenten: Meys Nadia
Onderwijstalen: Nederlands

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Leerplannen, cursus vakdidactiek

Omschrijving Begincompetenties

Aanbevolen voorkennis: correcte mondelinge en schriftelijke taalbeheersing van het Nederlands.

Omschrijving Eindcompetenties

De leerkracht kan:

1.1.1 in overleg met teamleden of externen bij de leerlingengroep kenmerken achterhalen die een invloed hebben op de kwaliteit van leren en onderwijzen;
1.1.2 met de hulp van collega’s de heterogeniteit en de diversiteit van de leergroep onderkennen.
1.2.1 doelstellingen kiezen op basis van het leerplan/schoolwerkplan waarin de eindtermen en
ontwikkelingsdoelen vervat zijn, en het pedagogisch project;
1.2.2 doelstellingen kiezen en formuleren, rekening houdend met de beginsituatie van de leerlingen en met de kenmerken en de diversiteit van de groep;
1.2.3 doelstellingen differentiëren afhankelijk van vastgestelde verschillen en/of op basis van
beschikbare documenten;
1.2.4 doelstellingen concreet en operationeel formuleren;
1.3.1 keuzes maken uit een gegeven aanbod, rekening houdend met de criteria van de beginsituatie, de maatschappelijke relevantie, de beschikbare tijd en hulpmiddelen in het belang van de opbouw van het vakgebied;
1.3.2 de inbreng van leerlingen omzetten in leerervaringen;
1.4.1 de leerinhouden vertalen in opdrachten die aansluiten bij de leefwereld, de talige diversiteit, de motivatie en de capaciteiten van de leerlingen;
1.4.2 naargelang van het geval, de leerinhouden opdelen in deelleerstappen, gedifferentieerde opdrachten, thema's en projecten, en modules, al dan niet vakoverschrijdend;
1.4.4 leerinhouden situeren in het geheel van het aanbod van het betreffende vak (verticale samenhang).
1.5.1 strategieën, multimediale leeromgevingen en aangepaste werkvormen kiezen die afgestemd zijn op de doelstellingen;
1.5.2 gepaste groeperingsvormen kiezen, een aangepaste ruimte creëren en een goede timing bepalen;
1.5.3 de aanpak differentiëren waar dat nodig is.
1.7.1 motiverende leeromgevingen tot stand brengen, die aangepast zijn aan de belangstelling en het verwerkingsniveau van de leerlingen;
1.7.2 leerinhouden inbedden in authentieke, reële situaties die voor de leerlingen betekenisvol zijn;
1.7.3 ICT functioneel integreren bij het ontwerpen van een krachtige leeromgeving;
1.7.4 leerlingen in de gelegenheid stellen om leerinhouden actief te ontdekken en te verwerken;
1.7.5 de leerlingen leren reflecteren over hun leerproces;
1.7.6 samenwerkend leren bevorderen;
1.8.1 individueel en in overleg doelstellingvalide, gedifferentieerde en aangepaste vragen, taken en opdrachten onder diverse vormen kiezen en eventueel opstellen;
1.11.2 teksten beoordelen en schriftelijk en mondeling toegankelijk maken door ze te bewerken op het vlak van taal en door een aangepaste didactiek;
1.11.3 vragen, opdrachten, evaluatie en feedback mondeling, indien nodig met visuele of andere ondersteuning helder formuleren en herformuleren;
1.11.7 constructief reageren op het taalgebruik van de leerling.
1.12.2 rekening houden met de sociaal-culturele achtergrond van leerlingen waaronder de grootstedelijke context.
2.1.1 een positieve interactie met de klasgroep opbouwen en een positieve relatie tussen de leerlingen stimuleren;
2.1.2 over de omgang met de leerlingen en de interactie in de klas reflecteren;
2.1.3 optreden met respect voor eigenheid en diversiteit en tevens discreet omgaan met gevoelens van leerlingen;
2.1.4 grenzen stellen als de positieve interactie in het gedrang komt.
2.4.1 maatschappelijke gebeurtenissen aan de leerinhouden koppelen;
2.4.2 leerlingen kritisch en zinvol leren omgaan met informatie van en beïnvloeding door de media.
3.1.1 hiaten in de eigen vakdeskundigheid detecteren en aanvullen, en de verworven deskundigheid actualiseren, uitbreiden en verdiepen.
3.2.1 flexibel gebruikmaken van domeinspecifieke kennis en vaardigheden in de pedagogisch-didactische aanpak.
3.3.2 het eigen aanbod situeren binnen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, en binnen een leerplan.
4.1.1 vaardigheden en aanpakwijzen van goed klasmanagement hanteren.
4.2.1 voor de leerlingen gelijktijdige of opeenvolgende activiteiten vlot en soepel laten verlopen;
4.2.2 een timing respecteren en die, indien nodig, aanpassen;
7.1.1 zijn opdracht realiseren in samenwerking met de leden van het schoolteam en rekening houdend met de schoolcultuur en -organisatie;

A1 beslissingsvermogen:
durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor dragen.

A2 relationele gerichtheid:
in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.

A3 kritische ingesteldheid:
bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen.

A4 leergierigheid:
actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen.

A5 organisatievermogen:
erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden.

A6 zin voor samenwerking:
bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken.

A7 verantwoordelijkheidszin:
zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te bevorderen.

A8 flexibiliteit:
bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures.

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

De student gebruikt het leerplan op een correcte manier bij het maken
van de stagelessen de student streeft naar het gebruik van een
activerende werkvorm + de student kan algemene didactische principes (
doelstellingen, beginsituatie, instap, vraagstelling, werkvormen,
feedback,...') vertalen, zowel in lesvoorbereidingen als in het
lesgeven, de student kan bronnen kritisch gebruiken om leerinhouden te
selecteren,de student selecteert en gebruikt verschillende
leermiddelen/media op een adequate manier. De student houdt rekening met
de opmerkingen en bemerkingen van de mentor/lector. De student gebruikt
een correcte taal. De student respecteert de met de mentor/ lector/
stagebegeleider gemaakte afspraken. De student reflecteert op zijn/haar
didactisch handelen.
De student past zijn/haar didactisch handelen aan na reflectie.
de student leert afspraken nakomen
- de student maakt op een goede manier lesvoorbereidingen en geeft deze stipt af
- de student kan op een juiste manier lesdoelstellingen formuleren
- de student oefent zich in het geven van lessen door microteaching te geven aan zijn/haar klasgenoten
- de student kan de aangeleerde technieken uit de vakdidacktiek omzetten in de praktijk (stageles)
- de student moet de beginsituatie van de leerlingen trachten te achterhalen om op die basis hun ontwikkelingskansen maximaal te stimuleren.
- de student moet organisatorische kwaliteiten ontwikkelen om zo een efficiënt les/dagverloop te garanderen.
- de student moet voorbereid zijn op probleemsituaties.
- de student moet zich realiseren dat hij/zij niet enkel de functie zal hebben van lesgever maar ook van opvoeder en het aanbrengen van normen en waarden.
- de student moet én individueel én in groep kunnen werken.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

De studierichting professionele bachelor in het secundair onderwijs is een boeiende, maar niet altijd eenvoudige opleiding. Door te opteren voor het opleidingsonderdeel economie krijg je heel wat mogelijkheden in het onderwijs of daarbuiten. Echter in eerste instantie wordt je in deze richting opgeleid tot leraar economie en daarbij is inzicht in de vakdidactiek onontbeerlijk. In deze cursus worden de volgende onderwerpen behandeld:de leraar en zijn omgeving, de leraar en het lesgeven, overlevingsgids voor leraars in de klas.

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Werkcollege20,00 uren
Leer- en evaluatietijd10,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie met mondeling examen30,00"De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel."
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment augustus/septemberTaak30,00"De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel."
Evaluatie(s) voor beide examenkansen, niet herhaalbaar in tweede examenkans
MomentVorm%Opmerking
Buiten de examenwekenPermanente evaluatie met mondeling examen70,00Permanente evaluatie gebeurt gedurende het academiejaar en beslaat 80% van de score. In juni zal er mondeling geëxamineerd worden over de geziene leerstof. (20%)
"De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel."

Omschrijving Begeleiding

na afspraak, tijdens en na de les

Bijkomende Kost

0.25