Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
BE 3: Lichaamsverzorging en gespecialiseerde voetverzorging: uitdieping14217/873/1112/1/56
Studiegids

BE 3: Lichaamsverzorging en gespecialiseerde voetverzorging: uitdieping

14217/873/1112/1/56
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 3
    Keuzeoptie:
    • bio-esthetiek
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 3 studiepunten
Gewicht: 3,00
Totale studietijd: 25,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (Eénmalig georganiseerd, enkel in het eerste semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit getolereerd).
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Verplicht vak
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Coördinator: Cardoen Marleen
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

studiemateriaal schriftelijke syllabus werkmateriaal van de student

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Aanbevolen

werkmateriaal van de instelling multimedia

Omschrijving Begincompetenties

geen

Omschrijving Eindcompetenties

1.1. persoonlijke voorkennis aanwakkeren; nagaan wat van mij verlangd wordt, gestelde taak in eigen woorden formuleren 1.2. aangeboden onderzoeksstrategiën gebruiken 1.3.zelfstandig en in groep leer- en aanpakstrategieën ontwikkelen, ziet de essentie van een probleem, legt verbanden en ziet oorzaken, formuleert hypothesen en formuleert eigen mening terwijl de consequenties hiervan worden ingezien. 2.1. vlot de nodige gegevens vinden door gebruik te maken van verschillende bronnen om eigen werk te organiseren en noodzakelijke informatie te vergaren en hierover een eigen mening beknopt te kunnen formuleren. 2.2. informatie bekomen uit onderzoek in functie van onderzoeksvragen en hierbinnen verbanden en relaties kunnen aangeven 2.3. zelfstandig en kritisch bronnen, in functie van beroepspraktijk efficiënt informatie kunnen opsporen vanuit de diversiteit van huidige beschikbare bronnen, verworven informatie adequaat verwerken en ter beschikking kunnen stellen van belanghebbenden in beroepspraktijk 3.1. consequenties formuleren bij het eigen functioneren ( ook in groep) en de verworven leerinhouden 3.2. verbanden leggen tussen datgene wat geleerd is, de persoonlijke ervaring en het beroepsveld van de leraar. 3.3. in staat zijn op een eigen visie op het onderwijs te formuleren en daarvan de consequenties in te schatten, inclusief het eigen professioneel handelen 4.1.de student kan omgaan met afspraken en groepsrollen op zich nemen in een taakgestuurde omgeving, kan planmatig werken 4.2.de student kan een probleemgestuurde omgeving in groepvormgeven, vanuit een projectmatig stappenplan, stimuleert de projectmedewerkers tot het kunnen vibrengen van taken en het behalen van resultaten, neemt verantwoordelijkheid op voor leren binnen de projectorganisatie 4.3. de student kan zelfstandig en in groep projecten uitwerken voor beroepspraktijk. Naar aanleiding van een concrete opdracht van een werkgever in groep doelstellingen formuleren, een planning of een draaiboek kunnen opstellen en in samenwerking met andere betrokkenen uitvoering geven tot het bereiken van het vooropgestelde doel. 5.1. staat open voor nieuwigheden en is bereid daarover na te denken 5.2. kan met alternatieve ideeën en oplossingen voor de dag komen; is vernieuwend en origineel in zijn aanpak 5.3. komt naar aanleiding van praktische problemen met originele of nieuwe ideeën en oplossingen; vindt invalshoeken die afwijken van de gevestigde denkpatronen 6.1. kan de rol van gespreksleider of voorzitter op zich nemen en het groepsgesprek sturen; geeft richting op het niveau van taken en de uivoering daarvan 6.2. kan een eigen realistische werkplanning opmaken en afwerken. Geeft richting op niveau van processen en structureren 6.3.het aantsuren, ontwikkele, en motiveren van medewerkers zodat ze - voor eenvoudige opdrachten - hun doelstellingen en die van de organisatie op een correcte manier kunnen realiseren, zowel individueel als in teamverband 7.1. bewijs leveren van een goede taalvaardigheid, mondelinge redeneringen bondig en enthousiast weergeven, ICT-mogelijkheden benutten bij presentaties 7.2. ICT-mogelijkheden benutten op het web, informatie kunnen formuleren en presenteren voor een publiek en communicatie in twee richtingen kunnen opbouwen. 7.3. in de beroepspraktijk op heldere wijze informatie, ideeën, problemen en oplossingen communiceren lands de verschillende gangbare communicatiekanalen, zich kunnen aanpassen aan verschillende ontvangers 8.1. toont zich leer-en aanpassingsbereid met betrekking tot de eigen fucntie en situatie 8.2. werkt zich in nieuwe materies die relevant zijn voor de eigen taak. Informeert zich over nieuwe evoluties met betrekking tot de eigen functie vakliteratuur. Past nieuwe richtlijnen , kennis, informatie en inzichten toe in de praktijk. gaat na of /hoe nieuwe tendensen en ontwikkelingen in de eigen functie kunnen ingezet worden 8.3.voortdurend verbeteren van het eigen functioneren en van de werking van een school, door de bereidheid om te leren en mee tegroeien met veranderingen ABC 1.1. werkt mee en informeert anderen 1.2. helpt anderen en pleegt overleg, stimuleert samenwerking binnen de groep 1.3. een bijdrage leveren aan een gezamelijk resultaat op niveau van een team, enititeit of de organisatie, ook wannner dit niet onmiddelijk van persoonlijk belang is. Kan samenwerken met opdrachtgever en andere externe groepen en toont daarbij luistervaardigheid, empathie, assertiviteit en flexibiliteit. weet om te gaan met conflictsituaties. 2.1. werkt actief en gericht aan het oplossen van probleemsituaties, ook vanuit voorkennis. 2.2. formuleert uitdagende ( maar haalbare) oplossingen voor probleemsituaties en zet zich tenvolle in om deze te bereiken. Werkt resultaatgericht bij het toepassen van oplossingsstrategiën en draagt dit uit naar de eigen omgeving. 2.3. kan zelfstandig oplossingen uitdenken en uitwerken bij probleemsituaties uit de beroepspraktijk 3.1. handelt correct en respectvol ten aanzien van de omgeving en van de bestaande regels en afspraken. 3.2. brengt sociale en ethische normen in de praktijk, handelt integer in een veelheid van situaties, ook in die waar geen eenduidige regelgeving voor bestaat. 3.3. in praktijksituaties handelen vanuit de codes vans sociale en ethische normen en regels van gangbare deontologie; kan op verantwoordelijke wijze omgaan met praktijksituaties, medewerkers, werkgever in relatie tot de ruime maatschappelijke werkomgeving BC 1.1.niveau 1: kunnen aansluiten bij geziene leerstof ( via bevraging van mentor) en zich een globaal beeld kunnen vormen van de leergroep 1.1.niveau 2 met behulp van de stagementor en op basis van eigen observaties de kenmerken van de leerlingen achterhalen 1.1. niveau 3 kunnen reflecteren op de eigen wijze van informatie verzamelen omtrent de beginsituatie 1.2. niveau 1: lesdoelstellingen kiezen op basis van het leerplan en deze concreet en operationeel formuleren. Lesdoelstellingen kunnen kaderen ( eindtermen, leerplannen) 1.2. niveau 2 doelstellingen kunnen differentiëren op basis van de beginsituatie van de leerlingen en leergroepen die weinig complex zijn; vakoverschreidende eindtermen kunnen interpreteren in een lesvoorbereiding 1.2. niveau 3 doelstellingen kunnen differentiëren op basis van de beginsituatie van de leerlingen en leergroepen die vrij complex zijn 1.3. niveau 1: leerinhouden kunnen selecteren aan de hand van de aangeboden informatie door de mentor en lector. 1.3. niveau 2 leerinhouden kunnen selecteren en daarbij rekening houden met de beginsituatie; hierbij de actualiteit kunnen inetgrereg en kritisch benaderen 1.3. niveau 3 zelfstandig leerinhouden kunnen selecteren en kritisch kunnen reflecteren 1.4. niveau 1: een les opbouwen vertrekkende van een motiverende instap, gevolgd door een uitwerking en afronding 1.4. niveau 3: leerinhouden kiezen en vertalen in functie van een vakoverschrijdende benadering; het GAS-principe zelfstandig kunnen hanteren 1.5.niveau 1: afwisselende werkvormen kiezen in functie van de vooropgestelde doelen binnen 1 lesactiviteit 1.5.niveau 2: uit een aanbod activerende werkvormen kiezen in functie van de doelen en ook rekening houden met de beginsituatie en de praktische mogelijkheden 1.5.niveau 3: zelfstandig activerende werkvormen kunnen kiezen en uitwerken in functie van de doelen 1.6. niveau 1: effectieve hulpmiddelen kunnen selecteren en/of aanmaken en achteraf over de aanwending kunnen reflecteren 1.7. niveau 1: een gegeven les kunnen analyseren in functie van realiteitswaarde voor en de motivatie van de leerlingen 1.8. niveau 1: op het einde van de les controleopdrachten en/of evaluatieopdrachten kunnen inbouwen 1.9. niveau 1: een productevaluatie ( observatie,toets) op lesniveau kunnen uitvoeren 1.10.niveau 1: de kennis in verband met het welbevinden van een leerling in functie van de eigenheid en de sociale en culturele dicersiteit , kunnen benutten in functie van zijn/haar vraagstelling 1.11. niveau 1: de heterogeniteit van de B-stroom kunnnen inschatten in samenspraak met derden 1.12. niveau 1: ervaren wat vakoverschijdend werken inhoudt 1.13. niveau 1: leerlingen tijdens praktijkervaringen kunnen begeleiden 1.14. niveau 1: kennis hebben van de specifieke werking binnen het BSO 2.1. niveau 1: empatisch kunnen luisteren; welbevinden kunnen observeren en de voorwaarden tot welbevinden integreren in de lesbouw 2.2. niveau 1: de eigenheid van de individuele leerling en van de cultuurverschilllen tussen verschillende sociale groepen herkennen: verschillen in jongerencultuur knn herkennen 2.4. niveau 1: kritisch kunnen omgaan met massamedia 2.6. niveau 1: aandacht kunnen opbrengen voor het boveorderen van de gezondheid van de leerlingen 2.7. niveau 1: open staan voor de mening van andere studenten in de klas of leergroep 2.8. niveau 1: eigen standpunten kunnen innemen en deze nuanceren tijdns of na een dialoog of groepsgesprek 3.1. niveau 1: basiskennis- en vaardigheden van het vak beheersen 3.1. niveau 2: recente evoluties in verband met domeinspecifieke kennis en vaardigheden kunnen opvolgen 3.1. niveau 3: kennis hebben van de verticale samenhang tussen lager onderwijs, de eerste graad van het secundair onderwijs en de tweede graad; kennis hebben van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs 3.2. niveau 1: kennis hebben van het leerplan en het eigen aanbod daarbinnen kunnen situreren: vakdidactische concepte, structureren en inhouden kunnen toepassen tijdens de stagelessen op aanwijzing van de mentor en/of lector 4.1. niveau 1: een rustige, maar actieve werksfeer kunnen opbouwen in de klas en deze voorstructureren in de lesvoorbereiding 4.1. niveau 2: een rustige en leerrijke gediffirentieerd werkkader opbouwen en daarvoor de nodige structurele maatregelen voorzien. 5.1. niveau 1: vakliteratuur kennen en kunnen hanteren 5.1. niveau 2: vernieuwde inzichten uit de opleidng in zijn onderwijspraktijk aanwenden 9.2: vantuit een open geest dialogeren over het beroep van de leraar en de plaats ervan in de samenleving: regerentiekaders kennen om het lerarenberoep maatschappelijk te kunnen situeren en de eigen basiscompetenties en beroepsprofiel. A9: flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden onder meeer middelen, doelen, mensen en procedures. A10: in de mondelinge en schriftelijke communicatie met leerlingen, ouders van het schoolteam en externen , erop gericht zijn een adequaat en correct taalgebruik te hanteren en aandacht te hebben voor het belang van non-verbale communicatie

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Leer- en evaluatietijd25,00 uren

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment januariPermanente evaluatie met mondeling examen100,00

Bijkomende Kost

0.90

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.