Erasmushogeschool Brussel
Nijverheidskaai 170, B-1070 BRUSSEL
Tel. 02 523 37 37 - Fax 02 523 37 57
info@ehb.be
Islam 1: Siera en 4 rechtgeleide kaliefen14009/873/1112/1/86
Studiegids

Islam 1: Siera en 4 rechtgeleide kaliefen

14009/873/1112/1/86
Academiejaar 2011-12
Komt voor in:
  • Bachelor in het Onderwijs: Secundair Onderwijs 2 OV, trajectschijf 1
    Keuzeoptie:
    • islamitische godsdienst
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang: 4 studiepunten
Gewicht: 4,00
Totale studietijd: 100,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 30.11.2011 (Eénmalig georganiseerd, enkel in het eerste semester)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Tolereerbaarheid: Voor dit opleidingsonderdeel moet je slagen (wordt nooit getolereerd).
Behoudbaarheid: De quotering van dit opleidingsonderdeel is behoudbaar onder de voorwaarden van de opleiding waarvoor je bent ingeschreven.
Aard: Verplicht vak
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
  • examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
  • examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Coördinator: Habboub Abdelhadi
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 1

Alle studiematerialen excl Handboeken en Syllabi: Verplicht

Cursus siera: Mekka- en Medinaperiode :3w.islamonderwijs.be
Bloemlezing :3w.islamonderwijs.be
Tuinen der Oprechten Transcriptiesysyteem :3w.islamonderwijs.be
- Al-Mubarakpuri, Safi-ur Rahman (2006) [vertaald uit het Arabisch door
Bennebas H.]. Het zegel der [sic!] profeetschap. Het complete levensverhaal
van de Profeet Mohammed. Rotterdam: Noer.
Indianapolis.
- Ibn, Ishaak & Abu Abd Allah, M. (2006) (vertaald door Raven Wim). Het leven

Omschrijving Begincompetenties

Competenties van diploma secundair onderwijs

Omschrijving Eindcompetenties

De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.2 De leerkracht kan doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leerkracht kan de leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leerkracht kan de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 De leerkracht kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 De leerkracht kan individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 De leerkracht kan observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. 1.9 De leerkracht kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie. 1.10 De leerkracht kan in overleg met collega’s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school. 1.12 De leerkracht kan omgaan met de diversiteit van de leergroep. 1.13 De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. De leraar als opvoeder 2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De leerkracht kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 De leerkracht kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.5 De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden 2.6 De leerkracht kan de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 2.7 De leerkracht kan communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. De leraar als inhoudelijk expert 3.1 De leerkracht beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen. 3.2 De leerkracht kan de verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden. 3.3 De leerkracht kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. De leraar als organisator 4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 De leerkracht kan een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. 4.3 De leerkracht kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 4.4 De leerkracht kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. De leraar als innovator - de leraar als onderzoeker 5.1 De leerkracht kan vernieuwende elementen en resultaten van onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen. 5.2 De leerkracht kan kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek en van vakdidactisch en vakinhoudelijk onderzoek. 5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. De leraar als partner van de ouders of verzorgers 6.1 De leerkracht kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 6.2 De leerkracht kan met ouders of verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega’s of externen. 6.3 De leerkracht kan in overleg met het team, communiceren met de ouders of verzorgers over het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. 6.4 De leerkracht kan met ouders of verzorgers dialogeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders en verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 6.6 De leerkracht kan strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. De leraar als lid van een schoolteam 7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.2 De leerkracht kan binnen het team zowel vakspecifiek als vakoverschrijdend over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. 7.3 De leerkracht kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken. 7.4 De leerkracht kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 7.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. De leraar als partner van externen 8.1 De leerkracht kan in overleg met collega’s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. 8.2 De leerkracht kan met de hulp van collega’s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs . 8.3 De leerkracht kan, onder meer met het oog op gelijkeonderwijskansen en in overleg met collega’s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. 8.4 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 De leerkracht kan deelnemen aan het maatschappelijke debat over onderwijskundige thema' s. 9.2 De leerkracht kan dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. De leraar als cultuurparticipant 10.1 De leerkracht kan actuele maatschappelijke thema' s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: het sociaal-politieke domein; het sociaal-economische domein; het levensbeschouwelijke domein; het cultureel-esthetische domein; het cultureel-wetenschappelijke domein. Attitudes A1 beslissingsvermogen: A2 relationele gerichtheid: A3 kritische ingesteldheid: A4 leergierigheid: A5 organisatievermogen: A6 zin voor samenwerking: A7 verantwoordelijkheidszin: A8 flexibiliteit:

Omschrijving van de Doelstellingen van het opleidingsonderdeel

Eindcompetenties (eindtermen): Het leven van de profeet Mohammed
- De student kent de belangrijkste aspecten van het socio-culturele leven voor
de islam op het Arabische schiereiland.
- De student situeert deze historische gegevens in een interconfessionele context.
- De student heeft kennis over het leven van de profeet Mohammed voor
zijn profeetschap en over zijn persoonlijke eigenschappen.
- De student kent het leven van de profeet Mohammed vanaf zijn profeetschap
en kan de belangrijkste gebeurtenissen van deze periode historisch plaatsen.
- De student heeft kennis van en begrijpt de methoden die de profeet
Mohammed hanteerde bij de verkondiging van zijn boodschap.
- De student begrijpt het individuele en algemene belang van de voorbeeldige
persoonlijkheid van de profeet Mohammed.
- De student situeert deze historische gegevens in een interconfessionele context.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de ‘Rechtgeleide koelafâ’  en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student maakt kennis met de bronnen, de termen en de literatuur van de Sîra van de Profeet en van de rechtgeleide khoelafâ.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de periode van de Omayyaden en de Abbasieden en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de
Klassieke islamitische geschiedenis (610-945 AD) en kan ze als leerinhouden
doorgeven.
- De student situeert hermeneutisch de evolutie van het islamitische denken en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student kan de begrippen ‘openbaring’, ‘boek versus Boek’ interconfessioneel en hermeneutisch situeren;
- De student beheerst het verklankingsysteem van de qoeranteksten naar Nederlandstalige leerlingen toe, rekening houdende met de taalkundige diversiteit van de allochtone studenten islam.
- De student beheerst een aantal qoeranteksten betreffende gegevens van de sîra  qua vorm en qua inhoud en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student kan een aantal qoeranteksten en profetische overleveringen hermeneutisch situeren.

Omschrijving van de Inhoud van het Opleidingsonderdeel

Memorisering, verklanking, vertaling en bespreking van Qoeranteksten (zie BZW Qoeranarecitatie en recitatiekunde)
Vertaling en bespreking van profetische overleveringen Geschiedenis van het leven van de Profeet Mohammad Islamitische geloofsleer Vakdidactische principes en werkvormen Memoriseren, verklanken en vertalen van teksten uit de Qoeran

Eindcompetenties (eindtermen): Het leven van de profeet Mohammed
- De student kent de belangrijkste aspecten van het socio-culturele leven voor
de islam op het Arabische schiereiland.
- De student situeert deze historische gegevens in een interconfessionele context.
- De student heeft kennis over het leven van de profeet Mohammed voor
zijn profeetschap en over zijn persoonlijke eigenschappen.
- De student kent het leven van de profeet Mohammed vanaf zijn profeetschap
en kan de belangrijkste gebeurtenissen van deze periode historisch plaatsen.
- De student heeft kennis van en begrijpt de methoden die de profeet
Mohammed hanteerde bij de verkondiging van zijn boodschap.
- De student begrijpt het individuele en algemene belang van de voorbeeldige
persoonlijkheid van de profeet Mohammed.
- De student situeert deze historische gegevens in een interconfessionele context.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de ‘Rechtgeleide koelafâ’  en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student maakt kennis met de bronnen, de termen en de literatuur van de Sîra van de Profeet en van de rechtgeleide khoelafâ.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de periode van de Omayyaden en de Abbasieden en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student situeert hermeneutisch de historische gegevens van de
Klassieke islamitische geschiedenis (610-945 AD) en kan ze als leerinhouden
doorgeven.
- De student situeert hermeneutisch de evolutie van het islamitische denken en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student kan de begrippen ‘openbaring’, ‘boek versus Boek’ interconfessioneel en hermeneutisch situeren;
- De student beheerst het verklankingsysteem van de qoeranteksten naar Nederlandstalige leerlingen toe, rekening houdende met de taalkundige diversiteit van de allochtone studenten islam.
- De student beheerst een aantal qoeranteksten betreffende gegevens van de sîra  qua vorm en qua inhoud en kan ze als leerinhouden doorgeven.
- De student kan een aantal qoeranteksten en profetische overleveringen hermeneutisch situeren.

Opsplitsing uren /onderwijswerkvorm

Hoorcollege35,00 uren
Leer- en evaluatietijd25,00 uren
Projectwerk20,00 uren
Begeleide zelfstudie & zelfstandig werk20,00 uren

Omschrijving Onderwijsorganisatie (tekst)

hoorcolleges, begeleid zelfstandig werk

Gestructureerd overzicht van Evaluatiemomenten

Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
MomentVorm%Opmerking
Examenmoment januariSchriftelijk en Mondeling examen100,00"De student dient alle onderdelen van het examen af te leggen. Indien één van deze onderdelen, die deel uitmaken voor de berekening van het eindcijfer van het opleidingsonderdeel, niet wordt afgelegd, zal dit automatisch leiden tot de eindscore NA voor het opleidingsonderdeel."

Omschrijving Begeleiding

Lector is altijd bereikbaar via mail of telefoon voor een afspraak

Bijkomende Kost

1.00

Omschrijving volgtijdelijkheid

Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.