A. Vaststellen van de benodigde zorg
A.1. Competenties voor het introduceren en verkennen van de vraag naar verpleegkundige zorg.
A.1.1. De verpleegkundige kan de zorgvraag van verscheidene zorgvragers inschatten. Dit loopt uiteen van het herkennen en vaststellen van de verpleegkundige zorgvraag tot het participeren bij de indicatiestelling van de totale zorg.
Kennis: 1
A.1.2. De verpleegkundige kan een zorgvrager met andersoortige zorgvragen herkennen en hem verwijzen naar andere disciplines of instanties
Kennis:2
B. Plannen van de zorg
B.2.1. De verpleegkundige kan de keuze voor bepaalde interventies beargumenteren. Dit loopt uiteen van het kiezen van interventies waarbij ze gebruik kan maken van standaardprocedures tot het kiezen van alternatieve interventies volgens nieuwe procedures.
Kennis: 2
C. Uitvoeren van zorg
C 1 Competenties voor observeren en signaleren
C.1.2. De verpleegkundige kan gerichte observaties uitvoeren
Kennis:1
C.1.3. De verpleegkundige kan (potentiële en feitelijke) reacties op gezondheids- en/of daaraan gerelateerde bestaansproblemen signaleren.
Kennis:2
C.1.4. De verpleegkundige kan gezondheidsbedreigende factoren signaleren en hierop adequaat reageren.
Kennis:1
C.2. Competenties voor verzorgen
C.2.1. De verpleegkundige kan basiszorg verlenen, plannen en volgens voorschriften toepassen.
Kennis: 1
Vaardigheden:1
C.2.2. De verpleegkundige kan zorgdragen voor comfort in zorgsituaties
Kennis: 1
Vaardigheden: 2
Attitudes: 2
C.3.4. De verpleegkundige kan meewerken aan onderzoek en behandeling door de eigen en andere disciplines
Kennis: 2
E. 2.Competenties voor informeren en adviseren
E.2.1. de verpleegkundige kan informatie geven die is afgestemd op de zorgvrager. Ze kan informatie van andere disciplines vertalen en verduidelijken.
E.2.2. De verpleegkundige kan advies en instructie geven. Dit kan variëren van het adviseren over praktische zaken zoals hulpverleningsmogelijkheden en hulpmiddelen tot het geven van instructies die moeten leiden tot gedragsverandering, zoals opvoedingondersteuning.
Kennis: 2
E.3. Competenties voor preventie en voorlichting geven
E.3.1. De verpleegkundige kan specifieke kenmerken van risicopopulaties, symptomen van en reacties op ziekte of stoornis signaleren en interpreteren. Op basis hiervan kan ze primaire, secundaire en tertiaire preventie toepassen. Dit kan variëren van signaleren tot initiëren en coördineren.
Kennis:2
H.3. Competenties voor samenwerken
H.3.1. De verpleegkundige kan deelnemen aan samenwerkingsverbanden en netwerken, met beroepsgenoten en andere deskundigen.
Kennis: 1