Het kunnen opzetten, uitvoeren, evalueren en presenteren van een onderzoek.
Kennismaking met:
- wetenschappelijk onderzoek
- moleculaire biologie
- Spectroscopie
- Biochemische methoden
- Moderne planningstechnieken
- GLP (good lab practice)
- bioveiligheid
- communicatietechnieken
-Kennis van en inzicht hebben in de technieken (al dan niet gekoppeld aan automatisatie) in de klinische biologie
-Kennis en inzicht hebben in microbiologische technieken (oa. steriel kunnen werken, …)
-kan apparatuur afstellen, kalibreren, bedienen
-is nauwkeurig, betrouwbaar, kritisch, efficiënt, systematisch, met zorg voor labomateriaal
-kan laboproeven opzetten, gebruikt het correct glasmateriaal, kan materiaal reinigen, kan de benodigde grondstoffen berekenen, meten en wegen;
-Kan verdunnings-, concentratie,- en oplosbaarheidsproblemen oplossen.
-Uitvoeren van moleculair-biologisch en genetisch onderzoek
-KB/MLT: Omgaan op een juiste manier met stalen voor analyse
-Kennis en inzicht hebben in de goniometrie, het numeriek rekenen en de wiskundige analyse-Kennis en inzicht hebben in de basisprincipes van de beschrijvende en de verklarende statistiek
-Verwerkt de meetgegevens met behulp van actuele computertechnieken (Excel, …)
-kunnen werken met formules en grafieken; ijklijn;…
-Kan onderzoeksresultaten kritisch beoordelen en toepassen.
-Kent de basis onderzoeksvaardigheden
-Toont respect voor materiaal en het gebruik ervan
-Neemt verantwoordelijkheid op voor eigen handelen (meldt fouten en incidenten)
-Herkent en erkent de grenzen van zijn/haar deskundigheid en contacteert op dat moment de juiste experten
-Vraagt hulp of advies bij problemen.
-Bereidt taken systematisch voor
-Steekt spontaan "een tandje bij" bij verhoogde werkdruk, is hulpvaardig
-Respecteert gemaakte afspraken met teamleden
-Deelt spontaan informatie/gegevens met anderen
-Sluit compromissen om gemeenschappelijke belangen te realiseren
-Houdt rekening met inbreng van collega's
-Neemt taken op zich die heel de groep tot nut zijn;toont inzet
-Maakt afspraken met collega’s over de taakverdeling/opdrachten en werkwijze.
-Heeft notie van en respecteert de eigenheid van anderen, individuele en multiculturele verschillen
-Zorgt voor een goede sfeer
-Heeft inzicht in zijn teamrol
-Heeft kennis van mogelijke benaderingen vanteamleden
-Vraagt hulp of advies bij problemen.
- Kent het belang van een planning (onder de vorm van bvb een werkschema, wie wat doet, …)
-Neemt initiatief
-Komt uit voor een eigen standpunt.
-drukt zich vlot en verstaanbaar uit
-Luistert naar de inbreng van anderen.
-Past zijn taalgebruik aan aan doelgroep/patiënt
-Maakt gebruik van ondersteunende audiovisuele middelen (indien
nodig)
-Presenteert volgens de regels van de kunst
-Verzamelt gegevens en/of meetresulaten in tabelvorm / dmv elektronische rekenbladen
-Zorgt dat anderen gemakkelijk hun weg vinden in zijn/haar laboschrift
-Maakt gebruik van de juiste wetenschappelijke terminologie
- Maakt een schriftelijk wetenschappelijk, kernachtig en juist verslag (korte zinnen, directe taal)
- Kent de opbouw van een professioneel laboverslag/projectverslag
-Kan een vergadering voorbereiden en een agenda opstellen
-Kan een helder vergaderverslag schrijven
-Kan een presentatie schriftelijk uitwerken volgens de regels van de kunst